Member details
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
 
 

Dag 117

 

De trotse godsdienstleraars en de nederige weduwe
Markus 12:35-44
35 Terwijl Jezus op het tempelplein stond te spreken, stelde Hij de mensen een vraag. ‘Hoe kunnen de godsdienstleraars nu zeggen dat de Christus een zoon van David moet zijn? 36 David heeft immers zelf gezegd: ‘God zei tegen mijn Here: Kom naast Mij zitten aan mijn rechterhand, dan zal Ik alle tegenstanders aan u onderwerpen.’* De Heilige Geest gaf hem dit in. 37 Als David Hem zijn Here noemt, hoe kan de Christus dan zijn zoon zijn?’ Heel veel mensen stonden geboeid naar Hem te luisteren. 38 Hij waarschuwde hen voor de godsdienstleraars. ‘Zij houden ervan in deftige kleren rond te lopen om op te vallen’, zei Hij. ‘Zij vinden het heerlijk om op straat eerbiedig gegroet te worden. 39 In de synagoge en aan tafel zitten zij graag op de voornaamste plaatsen. 40 Maar houd ze in de gaten! Zij persen de weduwen alles af, zelfs hun huis. En voor de vrome schijn zeggen zij lange gebeden op. De straf die zij krijgen, zal er alleen maar zwaarder door worden.’ 41 Hij ging bij één van de collectekisten in de tempel zitten en zag hoe de mensen er geld ingooiden. Er waren nogal wat rijken die er veel in deden. 42 Er kwam ook een arme weduwe. Zij gooide er twee koperen muntjes in. 43 ‘Die arme weduwe heeft meer gegeven dan al die rijke mannen’, zei Hij tegen Zijn discipelen. 44 ‘Want die rijken hebben gegeven wat zij niet nodig hadden, maar zij gaf alles wat zij bezat.’
*Psalm 110:1

 

Tags