De toespraak op de berg
Lukas 6:17-38
17,18 Zij daalden af naar een vlak gedeelte, waar vele volgelingen van Jezus hen omringden. Van alle kanten waren de mensen toegestroomd om naar Hem te luisteren en door Hem te worden genezen. Zij kwamen helemaal uit Judea, Jeruzalem en uit de streek van Tyrus en Sidon aan de Middellandse Zee. Uit vele mensen joeg Hij boze geesten weg. 19 Iedereen probeerde Hem aan te raken, omdat een geweldige kracht van Hem uitging. Hij maakte ze allemaal beter. 20 Daarna keek Hij Zijn discipelen aan en zei: ‘Gelukkig zijn de armen, want voor hen is het Koninkrijk van God. 21 Gelukkig zijn zij die nu honger hebben, want hun honger zal worden gestild. Gelukkig zijn zij die nu huilen, want eens zullen zij lachen. 22 Gelukkig zijn zij die gehaat, genegeerd, beledigd en verbannen worden omdat zij bij Mij horen. 23 Wees blij als dat gebeurt. Spring op van vreugde, want uw beloning in de hemel zal groot zijn. Met de profeten hebben zij vroeger immers net zo gedaan! 24 Maar pas op als u rijk bent! U bent er dan slecht aan toe! Want het geld is het enige geluk dat u ten deel valt. 25 Pas op als u in overvloed leeft, want er komt een tijd dat u honger zult hebben. Pas op als u nu plezier hebt, want eens zult u huilen van ellende. 26 Pas op als iedereen goed van u spreekt! Want dat hebben ze vroeger van de valse profeten ook gedaan. 27 Luister, allemaal! Heb uw vijanden lief. Als de mensen u haten, wees dan goed voor hen. 28 Als de mensen u vervloeken, vraag God dan of Hij goed voor hen wil zijn. Als de mensen u pijn doen, bid dan dat zij gelukkig mogen worden. 29 Als iemand u een klap in uw gezicht geeft, laat hem dan begaan en verdedig u niet. Als iemand uw mantel afpakt, geef hem dan ook uw hemd. 30 Als iemand u iets vraagt, geef het hem. Als u iets wordt afgepakt, probeer dan niet het terug te krijgen. 31 Wilt u dat anderen goed voor u zijn? Wees dan zelf ook goed voor hen. 32,33 Wat voor bijzonders is het te houden van mensen die ook van u houden? Dat doet iedereen. En als u goed bent voor mensen die ook goed voor u zijn, is dat zo bijzonder? Nee, dat is heel gewoon. 34 Als u geld leent aan mensen die het u kunnen terugbetalen, wat voor bijzonders is daaraan? Iedereen wil wel geld uitlenen als hij erop kan rekenen het terug te krijgen. 35 Weet u wat u moet doen? Uw vijanden liefhebben en goed voor hen zijn en hun iets te leen geven zonder erop te rekenen dat ze u terugbetalen. Dan krijgt u een grote beloning in de hemel. Dan zult u echte zonen van God zijn. Want Hij is vriendelijk en goed voor ondankbare en slechte mensen. 36,37 Heb net zoveel liefde en medeleven als uw hemelse Vader. Veroordeel niemand; want anders komt het op uw eigen hoofd terecht. Neem niemand iets kwalijk. Dan zal ook u niets kwalijk worden genomen. 38 Geef veel en u zult veel terugkrijgen, meer dan overvloedig. Want wie veel geeft, zal veel krijgen. En wie weinig geeft, zal weinig krijgen.’