De reis van Tel-Aviv naar Jeruzalem duurt nauwelijks een uur. De snelweg rolt zich voor ons uit. Af en toe verschijnen hekken langs de weg. Hoe dichter we bij de hoofdstad van Israël komen, hoe meer afscheidingen we zien: muren, prikkeldraad, controleposten. Ze zijn in Oost-Jeruzalem en in de Palestijnse gebieden overal aanwezig – en wekken beklemmende bijgedachten: willekeur, blokkade, gevangenis. Doorgang wordt slechts verleend op vertoon van een reispas. Niet iedereen heeft er een. Afwijzende blikken en gebaren zijn bij de controleposten vaak te zien. Daar komen nog de onzichtbare scheidslijnen bij: afwijzing en achterdocht. De ene kant wil de ander niet aanvaarden. Israël en Palestina zijn landen die nauw aan elkaar verbonden zijn, en toch lukt ze het maar niet om zoals goede buren samen te leven.