Member details
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
 
 

Dag 150

 

Jezus prijst het werk van Johannes de Doper
Lukas 7:18-35
18 De discipelen van Johannes de Doper hoorden wat Jezus allemaal deed en vertelden het aan Johannes. 19 Die stuurde twee van hen naar Jezus toe met de vraag: ‘Bent U nu de Christus of moeten wij blijven wachten op iemand anders?’ 20,21 Toen de twee mannen Jezus vonden, was Hij juist bezig vele mensen te genezen van allerlei ziekten en kwalen. Uit verschillende mensen joeg Hij boze geesten weg en Hij genas de ogen van vele blinden. De twee mannen brachten Hem de vraag van Johannes over. 22 ‘Ga terug naar Johannes’, antwoordde Hij, ‘en vertel hem wat u hier hebt gezien en gehoord. Blinden kunnen weer zien; lammen lopen zonder hulp; melaatsen zijn genezen; doven kunnen horen; doden zijn weer levend geworden en arme mensen horen het goede nieuws. 23 Zeg Johannes vooral dit: U bent gelukkig als u Mij aanvaardt zoals Ik ben.’ 24 De mannen gingen naar Johannes terug.Jezus sprak met de mensen over Johannes. ‘Naar wat voor man zijn jullie gaan kijken daar in de woestijn? Was hij een rietstengel, die door de wind heen en weer wordt bewogen? 25 Had hij dure kleren aan? Nee! Mensen met dure kleren en een luxe leven moet u in een paleis zoeken, niet in de woestijn. 26 Hebt u dan een profeet gezien? 27 Ja, zelfs meer dan een profeet. Over hem werd geschreven: ‘Let op! Ik stuur mijn boodschapper voor u uit. Hij zal baanbrekend werk voor u doen.’* 28 Er is geen mens groter dan hij. 29 Allen die Johannes hoorden - zelfs de tolontvangers - hebben erkend dat Gods eisen juist waren en lieten zich dopen. 30 Behalve de Farizeeërs en de godsdienstleraars. Die keurden het plan van God af en wilden zich niet door Johannes laten dopen. 31 Wat moet men van zulke mannen zeggen? Waarmee kan men hen vergelijken? 32 Zij zijn net kinderen die op straat spelen en tegen de andere kinderen zeggen: ‘Wij hebben muziek gemaakt en jullie wilden niet dansen. Wij hebben begrafenisje gespeeld en jullie wilden niet treuren!’ 33 Want Johannes de Doper leefde uiterst sober. Hij at geen brood en dronk geen druppel wijn. En u zei: ‘Hij heeft een boze geest.’ 34 Ik eet en drink heel gewoon en u zegt: ‘Die Jezus is een veelvraat en een drinker! Mooie vrienden heeft Hij: Tollenaars en slechte mensen!’ 35 De praktijk zal wel uitwijzen of u gelijk hebt.’ *Maleachi 3:1

 

Tags