Volgelingen van Jezus
Lukas 8:1-3
1,2 Enige tijd later maakte Hij een reis langs alle steden en dorpen in dat gebied. Overal bracht Hij het goede nieuws dat het Koninkrijk van God was gekomen. Zijn twaalf discipelen en verscheidene vrouwen gingen met Hem mee. De vrouwen zorgden voor hun eten en drinken en betaalden dat allemaal uit eigen zak. Jezus had deze vrouwen uit de macht van boze geesten bevrijd en van allerlei ziekten genezen. 3 Onder hen waren Maria van Magdala (uit wie hij zeven boze geesten had weggejaagd), Johanna (de vrouw van Chuzas, die een belangrijke funktie had in de regering van Herodes) en Suzanna.