Member details
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
 
 

Jezus’ intocht in Jeruzalem

 

Dag 201 - Lukas 19:28-40 | 28 Nadat Hij dit verhaal had verteld, ging Jezus met Zijn discipelen verder naar Jeruzalem. 29 Toen Hij in de buurt van de Olijfberg kwam en bijna bij de dorpen Bethfagé en Bethanië was, stuurde Hij twee van Zijn discipelen vooruit. 30 ‘Ga naar het dorp daar’, zei Hij. ‘Als jullie er binnenkomen, zullen jullie een ezel zien die vastgebonden langs de weg staat. Het is een veulen, waarop nog niemand heeft gereden. 31 Maak hem los en breng hem hier. Misschien vraagt iemand waarom jullie dat doen. Zeg dan alleen maar: De Here heeft hem nodig.’ 32 Zij gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. 33 Ze maakten het dier los. Daar kwamen de eigenaars al aan. ‘Wat moet dat?’ vroegen ze. ‘Waarom maken jullie ons veulen los?’ 34 ‘De Here heeft hem nodig’, antwoordden de discipelen. 35 Ze brachten het veulen bij Jezus en legden hun jassen erover, zodat Hij erop kon zitten. 36,37 De anderen spreidden hun jassen voor Hem uit op de weg. Toen Hij de helling van de Olijfberg opging, begonnen al Zijn volgelingen te zingen en te jubelen. Zij prezen God voor de geweldige wonderen, die zij Jezus hadden zien doen. 38 ‘God heeft ons een koning gegeven!’ juichten ze. ‘Lang leve de koning! Vrede in de hemel! Alle eer is voor God in de hoogste hemelen!’ 39 Maar enkele Farizeeërs, die tussen de mensen liepen, zeiden tegen Jezus: ‘Meester, zeg toch tegen Uw volgelingen dat zij hun mond houden.’ 40 ‘Als zij hun mond houden’, antwoordde Jezus, ‘zullen de stenen gaan roepen!’

 

Tags