Dag 203 - Lukas 20:1-19 | 1 Terwijl Hij op één van die dagen de mensen in de tempel het goede nieuws vertelde, kwamen de mannen van de Hoge Raad naar Hem toe. 2 Ze vroegen Hem wie Hem de bevoegdheid had gegeven de handelaars de tempel uit te jagen. 3,4 ‘Ik heb eerst een vraag voor u’, antwoordde Hij. ‘Van wie kreeg Johannes de bevoegdheid om te dopen? Van God of van de mensen?’ 5 Ze bespraken deze vraag onderling en zeiden tegen elkaar: ‘Als we zeggen dat God hem die bevoegdheid had gegeven, zetten we onszelf klem. Want dan zal Hij vragen: ‘Waarom hebt u hem dan niet geloofd?’ 6 Maar als we zeggen dat mensen hem die bevoegdheid hadden gegeven, zal het volk ons vermoorden, want dat is ervan overtuigd dat Johannes een profeet was.’ 7 Tenslotte zeiden ze dat ze het niet wisten. 8 Jezus antwoordde daarop: ‘Dan geef Ik ook geen antwoord op uw vraag.’ 9 Hierna vertelde Jezus de mensen een gelijkenis. ‘Een man legde een wijngaard aan en verhuurde die aan enkele boeren. 10 Daarna ging hij voor lange tijd naar het buitenland. In de oogsttijd stuurde hij een knecht naar de boerderij om zijn deel van de oogst op te halen. Maar de boeren gaven hem een pak slaag en stuurden hem met lege handen terug. 11 De eigenaar stuurde een andere knecht. Maar die kwam er niet veel beter af. Ook hij werd geslagen en uitgescholden. Ze stuurden hem met lege handen terug. 12 Daarna stuurde de eigenaar een derde man en die werd nog slechter behandeld. De boeren joegen hem zwaar gewond het erf af. 13 “Wat nu?” vroeg de eigenaar zich af. “Ik weet het al. Ik zal mijn zoon sturen. Voor hem zullen ze wel respect hebben.” 14 Maar toen de boeren zijn zoon zagen aankomen, zeiden ze tegen elkaar: “Dit is onze kans! Die jongen erft al het land als zijn vader sterft. We zullen hem vermoorden, 15 dan is het land van ons.” Ze sloegen hem het erf af en vermoordden hem. 16 Wat zal de eigenaar nu doen? Reken maar dat hij die boeren hun verdiende loon zal geven. Hij zal hen doden en de wijngaard aan anderen verhuren.’ ‘Zoiets zouden die boeren nooit doen!’ protesteerden de mensen die stonden te luisteren. 17 Jezus keek hen aan en vroeg: ‘Wat betekent deze zin uit de Psalmen dan: “De steen die door de bouwers is weggegooid, blijkt onmisbaar te zijn”?’* 18 Hij voegde eraan toe: ‘Wie over die steen valt, zal te pletter slaan. En wie onder die steen terechtkomt, zal vermorzeld worden.’ 19 De godsdienstleraars en leidende priesters zouden Hem graag meteen gevangen nemen. Want zij begrepen heel goed dat deze gelijkenis op hen sloeg. Zij waren die misdadige boeren! Maar ze durfden Hem nog niets te doen, omdat ze bang waren voor het volk. *Psalm 118:22
Stel u in op de hemel, want daar is Christus
Colossenzen 3:1-8
1,2 Nu u met Christus bent opgestaan uit de dood, moet u zich bezighouden met hemelse zaken. Want Christus zit daar nu op de allerhoogste plaats aan de rechterhand van God. Richt daarom uw gedachten op de dingen van de hemel en niet op die van de aarde. 3 U bent immers al gestorven en uw leven is nu, samen met Christus, verborgen in God. 4 Eens wanneer Christus, Die ons leven is, zichtbaar voor iedereen zal terugkomen, zal blijken dat ook u deel hebt aan Zijn glorierijke macht. 5 Weg dan met alle aardse zonden, zoals seksuele zonden, vuiligheid, hartstocht, slechte verlangens en hebzucht. Door altijd maar meer te willen hebben, aanbidt u een afgod. 6 Gods vreselijke straf komt over hen, die deze dingen doen. 7 Vroeger, voor uw bekering, deed u deze dingen ook, 8 maar nu mag er bij u geen sprake meer zijn van bitterheid, woede en boosaardigheid, van roddel en vuile taal.
Spreuk van de dag
Spreuken 19:24-25
24 Een luiaard houdt zijn handen liever in zijn zakken; hij is nog te lui om ermee te eten. 25 Bestraf een spotter, want dat is een les voor anderen; berisp een verstandige, dan krijgt hij inzicht.
Bron: Biblica - Nederland (Voorheen IBS Nederland) | Bestel uw eigen 'Het Boek' Bijbel | www.ibs-nl.org | www.hetboek.nl | www.bijbelwinkel.com | Facebook