Dag 208 - Lukas 21:20-38 | 20 En als je ziet dat Jeruzalem wordt belegerd, is dat het teken dat de verwoesting van de stad nadert. 21 Laten de mensen die dan in Judea zijn, naar de bergen vluchten. En wie op het platteland zijn, moeten niet naar de stad gaan. 22 Want in die dagen zal God Zijn oordeel voltrekken. De woorden van de profeten zullen dan in vervulling gaan. 23 Het zal een vreselijke tijd worden voor vrouwen die zwanger zijn of een baby hebben. Er zal een diepe ellende over dit land komen. God zal Zijn toorn op dit volk koelen. 24 De mensen zullen afgeslacht of als krijgsgevangenen over de hele wereld verstrooid worden. Vreemde volken zullen Jeruzalem overwinnen en vertrappen tot aan hun tijd een einde komt en Gods nieuwe wereld begint. 25 Er zullen vreemde verschijnselen in het heelal zijn: waarschuwingen en tekenen van de zon, maan en sterren. De volken op aarde zullen in paniek raken. Ze zullen helemaal overstuur raken door het gebulder van de zee en de branding. 26 De mensen zullen het besterven van angst, omdat ze denken dat de wereld vergaat. Want de krachten van het heelal zullen uit hun balans raken. 27 En dan, dan zullen zij Mij zien komen in een wolk, met macht en schitterende majesteit. 28 Dus als deze dingen beginnen, ga dan rechtop staan en kijk omhoog! Want je verlossing is niet ver meer!’ 29 Hij maakte het hun duidelijk met deze gelijkenis: ‘Let eens op de vijgeboom of op een andere boom. 30 Wanneer je de blaadjes ziet uitkomen, weet je dat het bijna zomer is. 31 Wanneer je ziet gebeuren wat Ik zojuist heb gezegd, kun je er van opaan dat het Koninkrijk van God er bijna is. 32 Luister goed: Als deze dingen gebeuren, is het einde van deze tijd in aantocht. 33 Hoewel hemel en aarde voorbijgaan, zullen mijn woorden altijd blijven gelden. 34,35 Pas op! Laat je niet door mijn plotselinge komst overrompelen; laat je niet bedwelmen door allerlei uitspattingen en door te veel te drinken; 36 laat je niet in beslag nemen door de zorgen van het leven; wees voortdurend op je hoede; bid steeds dat je veilig door de komende verschrikkingen heen zult komen en dat je daarna bij Mij mag zijn.’ 37,38 Elke dag ging Jezus naar de tempel om onderwijs te geven. De mensen kwamen al vroeg in de morgen naar Hem luisteren. En elke avond ging Hij de stad uit om ergens op de Olijfberg de nacht door te brengen.
Groeten van Paulus’ christenvrienden
Colossenzen 4:7-18
7 Mijn goede vriend en broeder Tychicus, een trouwe werker die samen met mij de Here dient, zal u vertellen hoe het met mij gaat. 8 Ik stuur hem daartoe speciaal naar u toe en ook om te zien hoe het met u gaat en om u te troosten en te bemoedigen. 9 Onésimus, ook een trouwe broeder, die bij u hoort, komt met hem mee. Zij zullen u precies vertellen hoe het hier gaat. 10 U moet de hartelijke groeten hebben van Aristarchus, mijn medegevangene, en van Markus, de neef van Barnabas. Ik heb u al eerder gevraagd om als Markus naar u toekomt, hem met open armen te ontvangen. 11 Verder doet Jezus, ook wel Justus genoemd, u de groeten. Deze drie zijn de enige Joodse gelovigen, die hier met mij meewerken. Zij zijn een enorme steun voor mij geweest! 12 Epafras laat u ook groeten. Hij hoort bij u en is een goed dienaar van Christus Jezus. Hij spant zich echt voor u in door altijd vurig te bidden dat u sterke en volwassen gelovigen mag worden, die uitsluitend willen doen wat God van hen verlangt. 13 Ik ben er getuige van dat hij erg veel moeite voor u doet en vurig voor u bidt en ook voor de gelovigen van Laodicea en Hiërapolis. 14 Onze geliefde dokter Lukas laat u ook groeten, evenals Demas. 15 Wilt u namens mij de gelovigen te Laodicea groeten, in het bijzonder Nymfas en de gemeente die in zijn huis samenkomt? 16 Als deze brief bij u is voorgelezen, laat hem dan ook in de gemeente van Laodicea voorlezen. En zorg ervoor dat u ook de brief leest die ik aan hen gestuurd heb. 17 Zeg tegen Archippus: ‘Zorg dat u de taak die de Here u heeft gegeven, goed uitvoert.’ 18 Nu schrijf ik persoonlijk nog een laatste groet. Vergeet niet dat ik gevangen zit. De genade zij met u.
Spreuk van de dag
Spreuken 20:4-6
4 Vanwege de naderende winter laat de luiaard het ploegen na; om er in de oogsttijd achter te komen dat er voor hem niets te oogsten valt. 5 Het hart van een verstandig man is een onuitputtelijk reservoir van wijsheid; wie verstandig is, tracht van hem te leren. 6 De meerderheid van de mensen gaat prat op eigen goedheid, maar is er nog wel een trouw mens te vinden?
Bron: Biblica - Nederland (Voorheen IBS Nederland) | Bestel uw eigen 'Het Boek' Bijbel | www.ibs-nl.org | www.hetboek.nl | www.bijbelwinkel.com | Facebook