Member details
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
 
 

Het laatste avondmaal

 

Dag 209 - Lukas 22:1-23 | 1 Ondertussen was het bijna Pasen geworden. Tijdens dat feest eten de Joden alleen brood dat zonder gist gebakken is. 2 De leidende priesters en godsdienstleraars probeerden nog steeds een listige manier te vinden om Jezus uit de weg te ruimen. Ze wilden Hem doden zonder het risico te lopen dat het volk zich tegen hen zou keren. Want daar waren ze toch wel erg bang voor. 3,4 Satan kwam in Judas Iskariot, één van de twaalf discipelen. Daarop ging Judas naar de leidende priesters en de tempelwachters om met hen te overleggen hoe hij hen kon helpen Jezus gevangen te nemen. 5 Die waren daar natuurlijk blij mee. Zij besloten hem er geld voor te geven. 6 Judas vond dat best en begon uit te kijken naar een gelegenheid om Jezus te laten gevangen nemen zonder dat de mensen er iets van zouden merken. 7 Op de eerste dag van het Paasfeest moest in ieder gezin een lam of een geitje worden geslacht. 8 Toen die dag aanbrak, stuurde Jezus Petrus en Johannes erop uit om het Paasmaal klaar te maken. 9 ‘Waar moeten we dat doen?’ vroegen ze. 10 ‘Zodra jullie de stad binnenkomen’, antwoordde Hij, ‘zul je een man zien die een kruik water draagt. Volg hem en ga hetzelfde huis binnen als hij. 11 Zeg tegen de huiseigenaar: ‘De Meester vraagt of u ons de kamer wilt laten zien waar Hij en Zijn discipelen het Paasmaal kunnen eten.’ 12 Hij zal jullie meenemen naar boven, naar een grote, compleet ingerichte kamer. Maak daar het Paasmaal klaar.’ 13 Ze gingen naar de stad en alles was precies zoals Jezus had gezegd. Daar maakten ze het eten klaar. 14 ’s Avonds kwam Jezus met de andere apostelen en ze gingen allemaal aan tafel. 15 Hij zei: ‘Ik heb er geweldig naar verlangd dit Paasmaal met jullie te eten. Nog even en dan breekt voor Mij een tijd van groot lijden aan. 16 Ik zeg jullie dat Ik het Paasmaal beslist niet meer zal eten tot het Koninkrijk van God volle werkelijkheid is geworden.’ 17 Hij nam een beker wijn, dankte God ervoor en zei tegen Zijn discipelen: ‘Neem deze beker en drink er allemaal uit, 18 want Ik zal geen wijn meer drinken tot het Koninkrijk van God is gekomen.’ 19 Daarna nam Hij een brood, dankte God ervoor, brak het in stukken en gaf het Zijn discipelen. ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie wordt gegeven’, zei Hij. ‘Eet het ter herinnering aan Mij.’ 20 Na het eten gaf Hij hun de beker en zei: ‘Deze beker wijn is het teken van Gods nieuwe verbond met jullie. Een verbond dat wordt bekrachtigd door mijn bloed, dat zal vloeien als een offer voor jullie. 21 Maar hier bij ons aan tafel zit de man die Mij zal verraden. 22 Het is duidelijk dat Ik moet sterven. Het is een onderdeel van Gods plan. Maar het lot van de man die Mij verraadt, is afschuwelijk.’ 23 De discipelen vroegen zich af wie van hen zoiets zou kunnen doen.
Paulus prijst het geloof van de Thessalonicenzen
1 Thessalonicenzen 1:1-10
1 Van: Paulus, Silvanus en Timotheu?s. Aan: De gemeente in de stad Thessalonica, aan allen die horen bij God de Vader en de Here Jezus Christus. Wij wensen u genade en vrede toe. 2,3 Telkens wanneer wij bidden, danken wij God voor u. Als wij met onze Vader over u spreken, denken wij steeds aan wat u allemaal uit geloof en liefde doet; en niet te vergeten aan de volharding, waarmee u vertrouwt op onze Here Jezus Christus. 4 Beste broeders, wij weten dat God van u houdt en u heeft uitgekozen. 5 Want toen wij u het goede nieuws brachten, was dat niet alleen met woorden. Het gebeurde ook met kracht en door de Heilige Geest. U had de absolute zekerheid dat wat wij zeiden, waar was. U weet ook hoe uit ons optreden bleek dat wij u voor de Here wilden winnen. 6 Zo werd u volgelingen van ons en van de Here, want u hebt onze boodschap met de blijdschap van de Heilige Geest aangenomen, ondanks de grote moeilijkheden die u ondervond. 7 En u bent weer een voorbeeld geworden voor alle andere christenen in Macedonië en Achaje. 8 Van u uit heeft het goede nieuws verder zijn weg gevonden, tot ver buiten de grenzen. Waar wij ook gaan, horen wij over uw geloof in God. 9 Wij hoeven het zelf niet meer te vertellen, want de mensen vertellen ons hoe u ons met open armen hebt ontvangen en dat u zich van de afgoden hebt afgekeerd om nu de levende en ware God te eren en te dienen. 10 Zij vertellen ons ook dat u ernaar uitkijkt dat Zijn Zoon Jezus uit de hemel zal terugkomen. Hij is door God weer levend gemaakt en bevrijdt ons van Gods toekomstig oordeel.
Spreuk van de dag
Spreuken 20:7
7 Het leven van een rechtvaardige ademt zijn oprechtheid; zijn kinderen zijn gelukkig te prijzen.

Bron: Biblica - Nederland (Voorheen IBS Nederland) | Bestel uw eigen 'Het Boek' Bijbel | www.ibs-nl.org | www.hetboek.nl | www.bijbelwinkel.com | Facebook

 

Tags