Member details
Gebruikersnaam
Wachtwoord
 
Wachtwoord vergeten?
 
 

VU brengt Amsterdamse slaveneigenaren in 1863 in beeld

 

Nooit eerder was er onderzoek gedaan naar de slaveneigenaren die in Nederland woonden ten tijde van de afschaffing van de slavernij in 1863. Docent geschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam Dienke Hondius heeft samen met haar studenten en onderzoekers van het Nationaal Archief en het Stadsarchief Amsterdam het initiatief genomen dit wèl te doen. Veel slaveneigenaren woonden niet op dezelfde plek als hun slaven in Suriname en de Antillen, maar lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers. Die afwezige eigenaren vormen een heel interessante groep: zij brengen de slavernijgeschiedenis, meestal gezien als iets dat ver weg en lang geleden heeft plaatsgevonden, terug in het hart van de Europese steden. Het onderzoeksteam onder leiding van Dienke Hondius geeft inzicht in de Amsterdamse connecties met de slavernij door middel van een kaart, die zij op basis van hun onderzoek ontwikkelden.

Presentatie eerste kaart slaveneigenaren
Dins0dag 26 juni presenteren de studenten de eerste kaart en overhandigen deze aan prominente spelers op het gebied van slavernijverleden, Amsterdamse historie en erfenis:

Artwell Cain, directeur van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee)Aspha Bijnaar, wetenschappelijk onderzoekster van het NiNseeAnnemarie de Wildt, conservator van het Amsterdam MuseumMarens Engelhard, directeur van het Stadsarchief Amsterdam.

Na de presentatie en officiële overhandiging is de kaart voor iedereen beschikbaar. De lancering van deze kaart vindt plaats in het Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32, Amsterdam op de tweede verdieping om 10:15 uur.

Slaveneigenaar op afstand
Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 kregen de eigenaren van slaven in Suriname en de Antillen een financiële vergoeding. De slaven kregen niets; hun vrijheid liet nog tien jaar op zich wachten, waarin ze onder staatstoezicht moesten werken. De meeste eigenaren woonden in Paramaribo of de Antillen, sommigen woonden in Nederland en lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers: de meesten van hen hebben nooit een voet in Suriname of de Antillen gezet. Bij hen lag een belangrijk deel van het initiatief en de besluitvorming over investeringen: in plantages, scheepsbouw, verzekeringen en scheepsbevoorrading, beveiliging en geestelijke verzorging. Allerlei economische en andere sectoren in de stad zijn direct of indirect betrokken geweest bij deze geschiedenis. Nieuw lopend onderzoek naar slaveneigenaren in Londen en op andere plekken in Groot-Brittannië vormt de directe inspiratie voor het Nederlands onderzoek waarvan deze kaart het eerste resultaat is.

Minder slaveneigenaren dan in zeventiende en achttiende eeuw
Voor Nederlandse families en firma’s werd het vanaf het begin van de negentiende eeuw duidelijk dat er aan de slavenhandel en slavernij eens een einde zou komen; de discussies in Frankrijk en Engeland bereikten ook Nederland. Er waren dan ook nogal wat handelaren en eigenaren die hun aandelen, belangen en slaven hadden verkocht of opgegeven in de periode voorafgaand aan het einde van de slavernij. In de zeventiende en de achttiende eeuw ziet de kaart van relevante locaties voor het Amsterdamse slavernijverleden er anders uit: veel drukker bezet vanwege de grotere economische activiteit en de grotere betrokkenheid van Amsterdamse families en firma’s. De onderzoekers willen deze ontwikkelingen in meerdere kaarten zichtbaar maken. Zij hopen dat de huidige gebruikers, eigenaars of passanten van deze adressen hieraan willen meewerken door hun kennis te delen over de vorige bewoners. Zo kan een completer en complexer beeld tot stand komen van het tot nu toe nog zo weinig zichtbare Amsterdamse slavernijverleden.

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam | www.vu.nl

 

 

 

Tags