Iedere avond en in het weekeinde is de hoofdweg tussen Beiroet en Jounieh, de grootste Christelijke stad van Libanon, boordevol. Een eindeloze rij auto’s rijdt vrijwel stapvoets langs de kustweg die de twee steden verbindt. Pas ten noorden van Jounieh in de richting van Byblos begint de rij van voortkruipende auto’s wat uit te dunnen. De steden zijn toeristische trekpleisters. Ze waren al in de oudheid beroemd. De restaurants zijn vol; de Libanese midden klasse heeft een redelijke levensstandaard.
Bedrieglijk
Maar dit beeld is bedrieglijk; de schone schijn kan niet verhullen dat het niet goed gaat met de economie. Dat is al te zien aan de rijen auto’s – luxe modellen naast aftandse taxi’s. In veel nieuwe gebouwen ontbreken ramen en ze zien er niet naar uit dat ze spoedig opgeleverd gaan worden. Toch wonen er mensen. In Beiroet loopt men, tussen twee welvarende, mooi aangelegde woonwijken, plotseling tegen een sloppenwijk aan met donkergrijze blikken keetjes. Vlak ervoor staat een nieuw, glanzend rood geschilderd hok, verfraaid met het opschrift Frankfurt Würst. Waarschijnlijk een investering uit betere tijden. Maar de crisis in de wereldeconomie is niet aan Libanon voorbij gegaan. Investeringen zijn met een vijfde gedaald, de nationale schuld loopt op en bedraagt op het ogenblik US$ 60 miljard of 130% van het BNP. Meer dan een kwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens – vier dollar per hoofd per dag – terwijl de handel met Syrië vrijwel geheel is ingestort. Intussen stromen steeds meer vluchtelingen uit dit buurland binnen. Over hun aantallen is, als met alle bevolkingsstatistieken in dit land, geen duidelijkheid te krijgen, en er is van officiële kant ook geen enkele poging ondernomen om ze te tellen. Maar het is wel zeker dat het om tienduizenden gaat. Velen vinden onderdak bij familie of vrienden. Er zijn geen vluchtelingenkampen. De regering blijft voorzichtig en vermijdt iedere stellingname voor of tegen Assad. Dit zou immers het wankele binnenlandse evenwicht in gevaar kunnen brengen.
Geweld en ontvoeringen
Daarentegen neemt de pers geen blad voor de mond en steekt de draak met de laksheid en machteloosheid van de regering tegenover enkele voorbedachte gewelddaden en ontvoeringen. Het is iedereen duidelijk dat Syrië er op uit is zijn crisis te internationaliseren en Libanon als eerste in deze kolk mee te zuigen. Wat dat betreft, zijn de posities van de verschillende politieke groeperingen duidelijk: de twee grootste Christelijke partijen, Kataeb en Forces libanaises eisen intrekking van het samenwerkingsverdrag met Damascus. Er is evident bewijs dat de vroegere minister Michel Samaha, ongetwijfeld in opdracht van Damascus een aanslag beraamde op de Maronitisch patriarch, en een populair Soeni parlementslid; hij werd aangegeven en legde een bekentenis af. De opwinding is begrijpelijk, vlak voor het bezoek van de paus in september. Maar hieruit afleiden dat zich een oorlogsstemming van het land heeft meester gemaakt, zoals sommige correspondenten doen geloven, wekt herinneringen aan de tijd van de Libanese burgeroorlog. Toen bleven de meeste westerse correspondenten in het comfortabele Holiday Inn Hotel in West Beiroet zitten en rapporteerden van daaruit wat hen werd voorgeschoteld door de Palestijnen en Syriërs die het voor het zeggen hadden in dit deel van de stad. Daarmee gaven ze wat kleur aan de gevestigde ideeën van Europa en Amerika. Nu zitten de correspondenten, zo ze al in Beiroet zijn, waarschijnlijk in het nog fraaiere Hotel Phoenicia en schrijven verhalen over huurlingen van Assad die de straten van Beiroet afkammen op zoek naar tegenstanders. Iedereen die de laatste paar weken in Libanon heeft gereisd weet dat dit niet klopt. De enige plaats waar wat geweervuur heeft geklonken, ligt in het noorden, aan de grens met Syrië. Beiroet zelf is, zoals altijd, bruisend en opgewekt, en in plaats van hordes gewapende mannen, zijn er optochten van toeterende auto’s, vaak met pas getrouwde stellen, die door de straten trekken, terwijl hier en daar een verveelde Libanese soldaat de rijen langs de controleposten leidt. Spanning neemt alleen toe, wanneer Hezbollah zo nu en dan aan machtsvertoon doet en de weg naar het vliegveld voor enkele uren afsnijdt. Maar er is absoluut geen sprake van iets dat op oorlogsspanning lijkt. Voorlopig is de lont aan het Libanese kruitvat lang genoeg om uitgetrapt te worden wanneer het begint te smeulen.
Politiek evenwicht
Geen van de voornaamste partijen, Sjiïeten, Soenis of Christenen, heeft er ook maar enig belang bij het wankele politieke evenwicht in gevaar te brengen. Ze wachten alle af wat er gaat gebeuren in Syrië. Langs de hele weg naar Tripoli is het rustig in dit land, zelfs in de Bekaa vallei langs de Syrische grens, waar Hezbollah de baas is. Iedere dag komen hier vluchtelingen aan uit Aleppo, Homs of Damascus, in overgrote meerderheid Christelijke families. De Melkitisch Katholieke aartsbisschop Issam Darwish stelt nuchter vast: Op het ogenblik gaat het om ongeveer 500 families of 3.000 mensen. Iedere dag neemt hun aantal toe; ze komen met tientallen. Als ze geld hebben huren ze een klein huisje of proberen ze onderdak te vinden bij familie of vrienden, ten minste voor de komende paar maanden. In Turkije wordt veel hulp aan de vluchtelingen geboden, maar hier? Er komen hier geen tentenkampen; de ervaring met de Palestijnen werkt dit tegen. Kerk in Nood is de enige organisatie die hulp heeft aangeboden. Verder zijn we op onszelf aangewezen. schattingen,
Vluchtelingen
Het land heeft hulp nodig. Schattingen van het aantal onzichtbare vluchtelingen, in de Bekaa Vallei, in Beiroet en in de Christelijke gemeenschappen, spreken van een totaal van 30.000. Maar het meest te lijden, hebben de Christelijke vluchtelingen uit Irak die nog steeds uit hun land worden verjaagd en een heenkomen zoeken in Libanon. De VN heeft de hulp aan hen van de ene dag op de andere gehalveerd, omdat zij de handen vol heeft met de vluchtelingen uit Syrië. Maar juist de Irakezen hebben geen familie of vrienden tot wie zij zich kunnen wenden en zijn volledig afhankelijk van hulp van anderen. Het vluchtelingenprobleem is en blijft het grootste probleem voor dit land”, zegt apostolisch nuntius, Gabriele Caccia. Maar de pers besteedt er nauwelijks aandacht aan. Over het bezoek van de paus, laat de aartsbisschop geen twijfel bestaan: Natuurlijk gaat dit bezoek door. Dit wordt bevestigd door Béchara Boutros Raï, de patriarch van de Maronieten, de grootste Christelijke gemeenschap in Libanon. We zien met blijdschap uit naar dit bezoek.
Consensus
Inderdaad, de 75 bisschoppen van de twaalf verschillende Christelijke Kerken kijken uit naar dit bezoek. Ook de Moslim gemeenschappen van Sjiïeten en Soenis staan er positief tegenover. Zij zien, volgens de nuntius, in de paus een geestelijk leider met een wereldwijd gehoor. Hij voegt er aan toe dat dit aspect uitdrukking geeft aan het speciale karakter van Libanon in tegenstelling tot alle andere landen in het Midden-Oosten. Want Libanon is geen theocratisch en ook geen seculier land. Het is een land met burgerrechten, samengesteld uit minderheden waar vrijheid van geweten religieuze grenzen overstijgt. We hebben hier een politiek systeem dat gebaseerd is op consensus, dat vrijwel uniek is. Noch de Christenen, noch de Sjiïeten, noch de Soenis vormen een meerderheid. De Grondwet biedt bescherming aan minderheden.
Delicaat evenwicht
De president van Libanon is een Maroniet, de minister-president een Soeni en de voorzitter van het parlement een Sjiïet. Als een van de bevolkingsgroepen de meerderheid vormt, kan het delicate evenwicht in gevaar komen. Dit is waarschijnlijk tevens een van de redenen waarom er al sinds meer dan een halve eeuw geen volkstelling is gehouden. Maar omdat de kiezers zich moeten laten registreren, geven de kieslijsten wel een indruk van de samenstelling van de bevolking. Volgens deze lijsten vertegenwoordigen de Christenen 35%, de Soenis 25% en de Sjiïeten 37%. Hier dienen nog de Druzen te worden bijgeteld die 2% van de bevolking uitmaken. Deze aantallen laten geen andere keuze dan tot consensus te komen. Het alternatief is oorlog en op het ogenblik zit niemand daar op te wachten. Des te meer reden voor iedereen om te wijzen op de bijzondere boodschap die Libanon aan de regio en de wereld kan bieden, dat het mogelijk is in een land in vrede samen te leven ondanks religieuze, culturele en etnische verschillen dankzij vrijheid van geweten.
Bron: Kerk in Nood s Hertogenbosch | www.kerkinnood.nl