Libanon, gelegen aan de oostkant van de Middellandse Zee, is een land dat door de eeuwen heen de ogen van de wereld op zich heeft gevestigd. Het is een land dat zich op een cultuur kan beroemen die teruggaat tot Byblos uit de dertiende eeuw v.Chr., het is een van de weinige landen buiten Palestina die Jezus heeft bezocht tijdens Zijn dagen op aarde (Mc 7:24-26), het is een land dat de liturgie van de Kerk inspireerde de glorie van de Maagd Maria te bezingen.
De eerste opvolgers van de Heilige Petrus tot en met onze hedendaagse pausen hebben altijd een bijzondere voorliefde voor Libanon gehad. De gebeden van paus Benedictus voor dit land zullen nog intenser worden tijdens de apostolische reis die hij van 14 tot 16 september a.s. naar Libanon zal maken. Doel is de Post Synodale Apostolische exhortatie te tekenen, waarvoor de basis werd gelegd tijdens de synode over het Midden Oosten in 2010. Helaas hebben, ondanks de vreugde waarmee dit bezoek gepaard zal gaan, de crisis in Syrië en de daaruit voortvloeiende druk op het kleine buurland tot gevolg dat hij een verre van gemakkelijke situatie zal aantreffen.
Een klein land met een grote religieuze verscheidenheid
Het hedendaagse Libanon is met een oppervlakte van minder dan 11.000 km2 (ongeveer een kwart van Nederland), niet alleen het op één na kleinste land in het Midden Oosten en in de Arabische Wereld na Bahrein, maar ook het land met meer religieuze diversiteit dan enig ander land in de regio. Er is geen staatsgodsdienst; de achttien religieuze gemeenschappen zijn alle officieel erkend door de Libanese Grondwet. Van de achttien officieel erkende religieuze groepen, zijn er twaalf Christen, vier Moslim, een Druze en een Joods. Een verdrag voorziet in een gelijk aantal zetels voor Christelijke en Moslim gemeenschappen in het Libanese parlement en eveneens in een gelijke verdeling van posities in de regering en de hoge organen van de Libanese staat. De president dient een Maronitische Christen te zijn, de eerste minister een Soeni Moslim en de voorzitter van het parlement een Sjiïtische Moslim. Er zijn elf Christelijke ministers, onder wie vijf Maronieten, vier Grieks Orthodoxen, een Armeniër en een Katholieke minister, vier Sjiïtische Moslims, vier Soeni Moslims en twee Druze ministers.
De zetels in het parlement zijn gelijk verdeeld tussen Christenen en Moslims met voor ieder 64 op een totaal van 128. Binnen de Christelijke gemeenschappen zijn 34 zetels toegekend aan de Maronitische Christenen, 14 aan de Grieks Orthodoxen, 8 aan de Grieks Katholieken, 5 aan de Armeens Orthodoxen en 1 aan de Armeense Katholieken, 1 aan de Protestanten en 1 aan andere Christelijke minderheden. Binnen de Moslim gemeenschappen zijn er 27 zetels gereserveerd voor de Sjiïeten, 27 voor de Soenis, 8 voor de Druzen en 2 voor de Alawieten.
Een religieuze diversiteit met een Moslim meerderheid
Het politieke landschap weerspiegelt een betrekkelijke, numerieke gelijkheid tussen de bevolkingsgroepen. Dit politieke evenwicht staat nu echter met de toenemende emigratie van jonge Christenen onder druk. De situatie is verre van rooskleurig, zegt een pater Karmeliet, want Christenen vormen nu minder dan de helft van de bevolking, terwijl zij er vroeger (voor de burgeroorlog van 1975-90), meer dan 75% van uitmaakten. Op het ogenblik hebben de Moslim gemeenschappen een numeriek overwicht.
Libanon heeft ook Koerden onder zijn bevolking, bekend onder de naam Mhallami of Mardini, hun aantal ligt tussen de 75.000 en 100.000. De meesten van hen zijn afkomstig uit Syrië en Turkije en worden beschouwd als leden van de Soeni gemeenschap. Tenslotte zijn er nog vele duizenden Arabische Bedoeïenen, die ook bij de Soenis worden gerekend en merendeels in de Bekaa vallei en in de Wadi Khaled regio te vinden zijn.
De Christelijke gemeenschappen in Libanon
De wortels van het Christendom in Libanon gaan terug tot de tijd waarin Christus zelf Tyrus en Sidon bezocht. De apostel Petrus bracht een week door in Sidon op weg naar Antiochië. Talloze Libanese Christenen hebben hun leven voor het Geloof gegeven. Ten tijde van Constantijn de Grote en het Concilie van Nicea (325), werd het Romeinse Rijk door Diocletianus gereorganiseerd en in bisdommen verdeeld. Onder invloed van de concilies van Ephese (431), Chalcedonië (451) en Constantinopel (680-681), viel het Oosters Christendom, ofschoon van dezelfde Aramese afkomst, uiteen in verschillende Kerken: Nestoriaanse, Monophysitische, Melkitische, Armeense en Maronitische, ieder met haar eigen liturgische taal, riten en hiërarchie.
Thans zijn onder de Christenen in Libanon vijf hoofdstromingen te onderscheiden: Katholieke, Orientaals Orthodoxe, Oosters Orthodoxe, Assyrische en Evangelische. Deze hoofdstromingen zijn weer onder te verdelen in een groot aantal Kerken.
De Kerk in Libanon
Er zijn op het ogenblik drie Katholieke patriarchen met de titel van Antiochië en het Gehele Oosten (Maronitisch, Grieks Katholiek en Syriaaks Katholiek).
Er zijn twee Orthodoxe patriarchen (een Grieks-Orthodoxe en een Syriaaks Orhodoxe) die ook de titel van Antiochië en het Gehele Oosten dragen. Hun jurisdictie strekte zich uit over het gehele gebied van het Ottomaanse Rijk onder Salomon de Grote in de XVIe eeuw. Hetzelfde gebied valt ook onder een Armeens-Katholieke patriarchen een Armeniaans-Orthodoxe Catholicos. Tevens is er een Chaldeeeuwse de patriarch van Babylon voor de Kaholieke Chaldeërs uit Bagdad en een Assyrische patriarch.
Hevige spanningen op sociaal-politiek gebied
Op sociaal-politiek gebied zijn er hevige spanningen in Libanon, waar als gevolg van het conflict in Syrië botsingen tussen rivaliserende groeperingen zijn uitgebroken. Sektarisch geweld tussen Soeni Moslims (die steun verlenen aan de Syrische oppositie) en Alawieten (Sjiïtische Moslims), die achter de Syrische president Bashar Assad staan, heeft zich van de noordelijke stad Tripoli naar Beiroet verplaatst. Daarmee is de zorg toegenomen dat het conflict in Syrië naar Libanon zal overslaan. Een aantal schietpartijen, ontvoeringen en bomaanslagen zowel binnen als buiten het land, laat de relatieve rust van de laatste maanden wankelen. De situatie verslechterde op 20 mei toen soldaten bij een Libanese militaire controle post in het noorden een plaatselijke Soeni leider neerschoten. De man was gewapend en leverde actieve steun aan de Syrische rebellen. Bij een ander incident in Beiroet kwamen minstens twee mensen om het leven en raakten er achttien gewond nadat twee anti-Syrische geestelijke leiders waren doodgeschoten. Op 7 augustus berichtte Reuters dat het Libanese leger naar Tripoli was gezonden om een einde te maken aan sektarisch geweld. Dit woedde al drie dagen tussen Soeni aanhangers van de eveneens Soenische opstandelingen in Syrië en de plaatselijke Alawietische minderheid. Hetzelfde bericht maakte melding van de bezetting van het centrum van Tripoli door Islamisten. Zij eisten de vrijlating van een man die ten onrechte zou zijn aangehouden omdat hij zou werken voor de Syrische oppositie. Door deze incidenten, is de spanning toegenomen, niet alleen tussen de Soeni gemeenschap en het Libanese leger, maar ook tussen uiteenlopende rivaliserende groeperingen in het land en in het bijzonder tussen de Soeni en Sjiïtische gemeenschappen. Dergelijke spanningen zijn niet nieuw. Soenis en Alawieten hebben sporadisch met elkaar de strijd aangebonden, nadat Syrië in Libanon militair had ingegrepen tijdens de oorlog van 1975-1990.
Het schrikbeeld van economische achteruitgang
Diep gewortelde belangen en langdurige perioden van politieke impasse hebben wezenlijke vooruitgang op het gebied van economische hervormingen en de aanpak van sociale kwesties vrijwel onmogelijk gemaakt. Het schrikbeeld van economische achteruitgang dat in 2011 over Libanon hing, is in 2012 bepaald niet verdwenen met een nationale schuld van meer dan $ 58 miljard (ongeveer 130% van het BNP in 2011), afname van de toestroom van kapitaal met 20%, van investeringen met 15% en van toerisme met meer dan 20%. De toekomst van de Libanese jeugd wordt bedreigd door massale emigratie en hoge werkloosheid. De schooluitval neemt snel toe evenals de groeiende armoede en drugsverslaving. Bijna 300.000 Libanezen kunnen niet voorzien in hun elementaire voedings- en andere behoeften. Ongeveer 28.5% van de bevolking leeft onder de armoedegrens, die ligt bij ongeveer US $ 4 per dag. Omdat Libanon een netto importeur van voedsel en olie is, hebben de gestegen wereldprijzen de inflatie aangewakkerd. In april joegen omhoogschietende olieprijzen schokgolven door het land die leidden tot een aantal bezettingen en demonstraties.
De crisis in Syrië slaat over naar Libanon
De nu al een jaar aanhoudende crisis in Syrië, die de verdeeldheid tussen de rivaliserende politieke leiders in Libanon heeft verscherpt, slaat nu over naar de religieuze autoriteiten in Libanon aan weerszijden van de sektarische grens. De neutraliteitspolitiek van de regering tegenover Syrië die probeerde te voorkomen dathet land in dezelfdechaos als het buurland terecht zou komen, wordt nu overstemd door de vrees, uitgesproken door politieke en religieuze leiders, dat Libanon voor een kolossaal veiligheidsprobleem komt te staan als Syrië afglijdt naar een totale burgeroorlog. Deze zorg wordt gedeeld door o.a. patriarch Beshara Boutros Rai van de Maronitische Kerk en de Soeni Groot Moefti sjeik Mohammed Bashid Qabbani. In een interview met Reuters op 4 maart jl., verklaarde patriarch Bechara Boutros Rai dat verandering in de Arabische wereld niet met wapengeweld kan worden bereikt en dat Christenen vrezen dat de algehele verwarring alleen maar extremistische Moslim groeperingen in de kaart speelt. ‘Alle regeringen in de Arabische wereld hebben de Islam als staatsgodsdienst, behalve Syrië. Syrië valt uit de toon door zich niet te presenteren als een Islamitische staat…’ De patriarch heeft eenwording en liefde tot thema van zijn patriarchaat gemaakt. Onvermoeibaar werkt hij aan de afbraak van obstakels die door haat zijn ingegeven, verleent hij steun aan burgerrechten voor ieder en zet hij zich in voor de zaak van vrede in het Midden Oosten en de wereld door wederzijds respect en begrip te bevorderen. In een poging spanningen binnen de Christelijke gemeenschap weg te nemen, belegde hij in april een ontmoeting met de voornaamst politieke leiders van het land, gevolgd door een gemeenschappelijke Christelijke-Moslim bijeenkomst.
De stroom vluchtelingen uit Syrië komt nog eens bij de vluchtelingen uit Palestina, uit Irak en bij de van elders verdrevenen.
Duizenden Syriërs zijn op het ogenblik door de oorlogstoestand in hun land van huis en haard verdreven. Het aantal vluchtelingen nam in de derde week van juli drastisch toe nadat vier hoge officieren van de Syrische veiligheidsdienst bij een zware bomaanslag in Damascus om het leven waren gebracht. Families werden opgeroepen de hoofdstad te verlaten en voor hun veiligheid te vluchten naar buurlanden waaronder Libanon (de grens tussen Libanon en Syrië is 365 km. Lang). In de derde week van juli arriveerden in twee dagen tijd meer dan 30.000 vluchtelingen bij de Libanese grensplaats Masnaa. (Damascus, de hoofdstad van Syrië ligt op nog geen 40 km van de Libanese grensplaats Masnaa). Op 17 juli jl. meldden de VN 30.000 Syrische vluchtelingen in Libanon te hebben geregistreerd. De Lokale Coördinatie commissie voor Syrië die in Libanon werkzaam is om vluchtelingen hulp te bieden en de oppositie te steunen, schat het aantal vluchtelingen dat thans in Libanon verblijft, op 90.000.
De politieke instabiliteit in Syrië heeft geleid tot een nieuwe stroom van vluchtelingen uit Syrië naar Libanon. Maar deze vluchtelingen zijn niet de eersten in Libanon. Het land biedt al plaats aan 75.000 Irakezen (onder wie 8.000 Christenen), meer dan 405.425 Palestijnse vluch-telingen en 200.000 verdrevenen als gevolg van de situatie langs de 80 km lange grens tussen Libanon en Israël.
Bron: Kerk in Nood s Hertogenbosch | www.kerkinnood.nl