Ethiopië gaat gebukt onder veel leed. Het land kent grote armoede, honger, onderlinge strijd, slechte gezondheidszorg en weinig onderwijs. De katholieke Kerk is klein, maar doet wat Christus haar vraagt: getuigenis geven van barmhartigheid.
Honger en armoede
Met een donkere blik staart het meisje me aan als we komen aanlopen. Op haar heup draagt ze haar broertje. Ze zijn net op weg naar de waterput, in de hoop dat er vandaag wel water is. Zodra ze ziet dat ik met mgr. Angelo Moreschi ben, klaart haar gezicht op en roept ze enthousiast abba Angelo, abba Angelo. De Italiaanse pater werkt al zijn hele leven in Ethiopië en is voor de mensen een angelo, een engel. Aan het woord is Kerk in Nood- medewerkster Eva-Maria Kolmann die enkele maanden geleden Ethiopië bezocht. De armoede en honger is enorm in Ethiopië. Aan de kinderen die daar rondliepen zag je gewoon dat sommigen het nooit zouden redden. Dagelijks sterven er 12.000 kinderen onder de vijf jaar in het immense land.
Liefdadigheidswerk
Als abba Angelo op bezoek komt, neemt hij voor de kinderen voedzame koeken mee en extra jerrycans met water. De pater legt me uit dat de Kerk dan wel een kleine minderheid is met zo’n 700.000 gelovigen op een bevolking van ruim 80 miljoen, maar dat ze de mensen nog zoveel meer brengt dan materiële goederen. Alle inspanningen zijn erop gericht de ontwikkeling van de gehele mens te bevorderen. En dat gaat niet vanzelf. Er heerst namelijk wel godsdienstvrijheid in het land, maar de katholieke Kerk wordt door de staat niet erkend als geloofsgemeenschap, maar bestempeld als een NGO, niet gouvernementele organisatie. Net zoiets als het Rode Kruis dus. Ook is bij wet verboden op school godsdienstonderricht te geven. Mede daardoor richt de Kerk haar activiteiten voor een groot deel op liefdadigheidswerk, waar ruim 10 miljoen mensen direct baat van ondervinden. Zo vangen diverse religieuze instellingen een deel van de 4,5 miljoen weeskinderen op die hun ouders zijn verloren door oorlog of Aids en die niemand anders wil.
Onderlinge strijd
Pater Tesfaye Petros is een jonge Ethiopische priester, opgegroeid in het Noorden en nu werkzaam in het Zuiden. Je moet bedenken dat hier wel tachtig verschillende volkeren leven met elk hun eigen taal en traditie, die tot de verschillende religieuze gemeenschappen behoren. De stammen zijn vanuit hun culturele achtergrond gewend land en goed te verdedigen en als een paar koeien dan per ongeluk op het land van een ander graasden, ontstond er automatisch een felle strijd met vaak de dood tot gevolg. Niet alleen de honger en droogte voeden deze onderlinge strijd, tegenwoordig kopen buitenlandse investeerders enorme lappen grond op. De lokale bevolking ziet daar geen cent van terug.
Vrede
De katholieke Kerk tracht het onderling begrip te vergroten en de vrede te bevorderen. In de regio Gambella waar ik werk, was een mensenleven niks waard. Nu, na acht jaar, verandert langzaam de houding van de mensen en ontwikkelen ze respect voor het menselijk leven. Velen komen vragen of ze gedoopt kunnen worden. Ze nemen Christus op in hun dagelijks leven en doen echt hun best als Christenen te leven. In andere delen van het land is het juist de islam die de overhand heeft. Enigszins aarzelend vertelt de priester dat grote groepen moslims vanuit het buitenland naar Ethiopië worden gestuurd om er georganiseerd de Christenen aan te vallen en doden.
Barmhartigheid
In Ethiopië voert de katholieke Kerk dapper en vastberaden een offensief van barmhartigheid en brengt dagelijks in praktijk wat Christus in het evangelie zegt: Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe. (Mat. 25, 35-36)
Bron: Kerk in Nood s Hertogenbosch | www.kerkinnood.nl