Caritas is het latijnse woord voor goedheid. De praktijk van naastenliefde uit zich in woorden en daden die de medemens ten goede komen: ‘Caritas is dus geloof en daad. Als we spreken over liefde tot God spreken we in één adem over de liefde tot de naaste, over naastenliefde en over liefdadigheid’, pag 31.
Door Evert van der Veen (predikant Protestantse gemeente Nunspeet)
In het boek worden de groepen mensen genoemd naar wie de christelijke liefde uitgaat. Een onderzoek ‘Armoede in Nederland’ uit 2010, uitgevoerd in opdracht van Kerk in Actie van de PKN, laat zien dat alleenstaande ouders de mensen zijn met de meeste financiële problemen. Zij doen dan ook het meest een beroep op diakonale hulp, direct gevolgd door werklozen.
Op enige afstand komen ouderen, asielzoekers en mensen met psychische problemen en daarna mensen met een ziekte of handicap. De huidige maatschappelijke en economische situatie heeft duidelijk invloed op de hulpvragen die kerken ontvangen en de kerken zien deze dan ook duidelijk toenemen.
Tegelijk worden kerken kleiner in aantal, zijn er daardoor minder vrijwilligers en is er ook minder geld beschikbaar. Dat geeft een zekere spanning omdat de praktische vragen om hulp, geld of een verwijzing naar de juiste instantie juist toenemen. Desondanks beschouwt de kerk het terecht als haar eretaak om de caritas in naam van de Heer gestalte te geven.
Erik Sengers: Caritas. Naastenliefde en liefdadigheid in de diaconia van de kerk. Eburon Delft, 172 pag. € 19.50