Hét jodendom bestaat niet: dat maakt de auteur aan het begin van dit boek duidelijk. Zoals het christendom een verzamelnaam is voor vele geestelijke stromingen en kerkelijke richtingen die onderling soms maar weinig raakvlakken lijken te hebben, zo is er ook in het Joodse geloof sprake van een grote pluriformiteit. De chassidische Joden uit Oost-Europa zijn vaak typerend voor het beeld dat wij van Joden hebben als je kijkt naar de afbeeldingen van Joden die wij tegenkomen.
Door Evert van der Veen (predikant Protestantse gemeente Nunspeet)
Maar er zijn ook orthodoxe en liberale joden die zich in die leef- en denkwijze totaal niet herkennen. Als Jood geldt een ieder die uit een Joodse moeder is geboren of op officiële wijze tot het Jodendom is overgegaan.
Die pluriformiteit was er al in de dagen van Jezus: Farizeeën, Schriftgeleerden, Sadduceeën, Essenen en Samaritanen hebben elk hun eigen opvattingen. Ze leven enerzijds naast elkaar maar m.n. de Samaritanen vormen een aparte groep. Het is immers niet zonder reden dat Jezus in zijn gelijkenis een Samaritaan laat optreden als mens met hart voor zijn naaste. Dat is voor Joodse oren een prikkelende opmerking.
‘Terwijl in het christendom een sterke nadruk op de leer ligt, is in het jodendom de praktijk veel belangrijker. De vraag is niet wat je gelooft, maar hoe je de geboden uit de Tora in het dagelijks leven het beste gestalte kunt geven’, pag 45.
Kernachtig wordt die levensopdracht verwoord in Micha 6: 8 ‘Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is, en wat de Eeuwige van u vraagt, niets anders dan recht te doen en trouw lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God’, pag 141. Dat blijkt ook uit de Tien Woorden, waarvan de eerste drie regels aan de omgang met God zijn gewijd, het vierde (over de sabbat) de overgang vormt, en de meeste woorden zich richten op de omgang met de naaste.
Het bekende Achttien-gebed bestaat uit zegenspreuken van God die heilig en goed wordt genoemd in zijn omgang met mensen en zegent hen in hun dagelijks bestaan. God is de Schepper en Verlosser: ‘De meest kenmerkende eigenschap van Israëls God, zowel in de Bijbel als in de Joodse traditie, is dat Hij verlossing brengt, in de eerste plaats aan Zijn volk Israël, in afgeleide zin aan heel Zijn schepping. Verlossen is daarom een kernbegrip in de Hebreeuwse Bijbel’, pag 54.
Verhelderend is dat er in de Joodse traditie geen sprake is van een eenduidige Messias-verwachting; er zijn stromingen waarin de Messias vooral een koning is, in de traditie van David, en die verwachting zien we in de evangeliën ook terugkeren. Maar er is ook een richting die de Messias meer beschouwd als priester en dat is de wijze waarop Jezus zijn leven heeft voltooid. In de tijd van de opstand van de Makkabeeën waren er veel Messias-figuren en ook in de latere Joodse geschiedenis komen we allerlei personen tegen die een messiaanse uitstraling hebben en door aanhangers als zodanig worden beschouwd.
‘Binnen de Joodse orthoxie wordt echter vastgehouden aan het concept van de Messias als persoon, een nazaat van koning David, die het volk Israël uit de verstrooiing zal verzamelen, terugvoeren naar het land Israël om daar het koningschap van David te herstellen en de Tempel te herbouwen. Uiteindelijk zal deze Messias over de hele aarde vrede stichten, zodat een nieuwe era kan aanbreken’, pag 178.
Mooi is het verhaal van Franz Rosenzweig die zich aan het Joodse geloof wilde onttrekken maar nog eenmaal de zgn. hoge feestdagen – Joods nieuwjaar en grote verzoendag – wilde meemaken. Dit greep hem zo aan dat hij op zijn voornemen terugkwam en later een belangrijke bijdrage leverde aan het Joodse denken.
De slotsom luidt min of meer: ‘Het jodendom is meer dan een religie: het is een levenswijze’, pag 271.
De auteur besluit zijn prachtige beschrijving van de joodse leef- en geloofswereld, waaruit zijn persoonlijke liefde en betrokkenheid doorklinkt, met deze woorden: ‘Wat mij na veertig jaar bestudering van het jodendom het meest blijft opvallen, is de levenskracht van zowel de Joden als hun traditie, hoe men die traditie ook vormgeeft: religieus, sociaal, cultureel of nationaal. Mijn antwoord op de vraag naar de rode draad zou daarom zijn: levenskracht, veerkracht, optimisme, dynamiek, aandacht voor het detail, gerichtheid op het aardse, een materiële spiritualiteit, zowel verscheidenheid als verbondenheid, saamhorigheid, solidariteit, het besef een schakel te zijn in een keten van geslachten, kortom: een samenbundeling van de vele aspecten van een leven, dat door God is omschreven in de Tora en waarvoor Hij dagelijks wordt gezegend: geschreven leven’, pag 322.
Klaas A.D. Smelik: Geschreven leven. Inleiding tot het jodendom.
Acco Leuven, Den Haag, 354 pag. € 24.50