Zo wordt het proces van veranderingen genoemd op het gebied van de sexuele moraal. Tot aan de Tweede Wereldoorlog waren de opvattingen in ons land duidelijk omlijnd maar in de loop van de jaren 50 en vooral 60 kwam hier snel beweging in, ook onder christenen.
Door Evert van der Veen, PKN-predikant te Nunspeet
De schrijver ziet op zijn eigen jeugd terug: ‘Pas veel later ontdekten we hoe vaak het in de Bijbel over seks gaat. Dat kregen we van school en huis uit niet mee’. En wie onbevangen het Oude Testament leest, komt van alles tegen: ‘Allerlei uitwassen en excessen komen voorbij, van hoererij en incest tot groepsverkrachting en moord uit eerwraak’.
In korte maar duidelijke lijnen wordt enige informatie over de bijbel gegeven en komen Augustinus en enkele reformatoren met hun opvattingen voorbij. ‘Er zijn genoeg teksten waaruit blijkt dat het God ernst is met het monogame huwelijk, in zowel het Oude als het Nieuwe Testament’. De christelijke ascese vindt haar oorsprong in de opvattingen van Paulus en is van invloed op het celibaat en de ontwikkeling van het kloosterleven. Overigens geeft de schrijver aan dat ascese ook in andere culturen voorkomt en dus niet specifiek christelijk is.
Illustratief is dat in 1952 ruim 40% geboorteregeling ontoelaatbaar vindt en dat dit percentage in 1963 minder dan 15% bedraagt. De Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming – de naam alleen al illustreert de tijd! – telde in 1950 56.000 leden en in 1959 136.000 leden. Hierin zal hebben meegespeeld dat deze vereniging voorbehoedmiddelen verstrekte, die toen nog niet overal verkrijgbaar waren. De introductie van condoomautomaten leidde menigmaal tot een debat in de plaatselijke gemeenteraad. In 1952 geeft de Nederlands Hervormde Kerk een herderlijk schrijven uit over het huwelijk en sexualiteit en dat heeft voor die tijd een vooruitstrevende visie. In 1957 wordt de Protestantse Stichting ter bevordering van Verantwoorde Gezinsvorming opgericht omdat ‘de nood ten aanzien van deze problematiek bij het protestants-christelijk volksdeel als reëel moet worden beschouwd’.
In jaren 60 werden de veranderende opvattingen steeds duidelijker. Het blad Playboy kwam op de markt, de boeken van Jan Cremers en Jan Wolkers deden veel stof opwaaien. De VPRO zorgde voor een nationale rel met het programma Hoepla waarin een fotomodel naakt optrad met het dagblad Trouw in handen. Waar de grote Protestantse kerken voorzichtig probeerden met de tijd mee te gaan, was de houding van de R.K. kerk eerder vasthoudend aan oudere normen en waarden. De pauselijke encycliek uit 1968 is daar een duidelijk symptoom van. Een journalist schrijft in haar boek ‘De gereformeerden’ in 2001: Afgaande op mondelinge overlevering en op wat in gedenkboeken is opgetekend, lijkt het erop dat de zonde tegen het zevende gebod gereformeerde ouderlingen meer heeft bezig gehouden dan welke andere misstand ook’.
Geleidelijk ontstaat ook in de kleinere kerken een ontwikkeling in het denken over sexualiteit waarin dit niet meer als beproeving maar als gave wordt beschouwd. Moeilijk blijft wel het denken over homosexualiteit. Een probleem dat in onze tijd meer aandacht heeft gekregen – maar al langer bestond – is dat van het sexueel misbruik. Ook binnen de kerken is hier aandacht voor gekomen.
Een interessant en lezenswaardig boek dat op toegankelijke wijze laat zien hoe christelijk Nederland de afgelopen 60 jaar met sexualiteit is omgegaan. Of soms juist ook niet, zou je kunnen zeggen, want lang was er sprake van verdringing. In dat licht is de drang van de sexuele revolutie ook wel begrijpelijk. Persoonlijk had ik een iets subtielere titel voor dit boek gekozen en ook de ondertitel suggereert iets dat de veelzijdige werkelijkheid niet helemaal dekt. Punt is eerder de opmerking van een theoloog: hoe gaan wij om met de grotere vrijheid op dit gebied?
Rimmer Mulder: Seks en de kerk. Hoe Nederland zijn kuisheid verloor. Atlas Contact, Amsterdam, 238 pag. € 19.95.