Huwelijksbegeleider Bram de Blouw van Jeugd met een Opdracht - Family Ministries brengt via Uitgeverij Novapres het nieuwe boek ‘Gebroken en toch Heel’ op de markt. Het boek is voor christenen die zich in of net na een echtscheiding bevinden. Tegelijkertijd lanceert de schrijver de site www.gebrokenentochheel.nl en gaat Family Ministries lotgenotendagen organiseren. Zorg na echtscheiding is relatief nieuw in Nederland.
Bram de Blouw werkt voor Jeugd met een Opdracht – Family Ministries, en geeft samen met zijn vrouw Helma huwelijkscursussen, seminars en weekenden. Voor Bram de Blouw blijft het huwelijk het door God ingestelde instituut waar echtscheiding niet bij past. ,,Toch zie ik ook de realiteit van de vele echtscheidingen in christelijke kring en de daaruit voortvloeiende pijn.’’
Het boek is voor christenen die zich in een echtscheiding bevinden of deze net achter de rug hebben, en nog volop met de verwerking ervan bezig zijn. Via het boek helpt de schrijver de lezer via een aantal fasen in het echtscheidingsproces om door de pijnlijke ervaringen van de echtscheiding heen te werken en zich na het doorlopen van het ‘rouwproces’ opnieuw te richten op de toekomst.
In het boek en ook de website is nadrukkelijk aandacht voor de geloofsrelatie en de geestelijke vragen die gescheiden christenen tegenkomen. De schrijver benadrukt Gods liefde voor beide (ex-)partners ondanks de echtscheiding.
“Gebroken en toch Heel” is geen boek dat je snel even doorleest; het is een metgezel die met de gescheiden persoon een aantal maanden meereist om hem of haar te ondersteunen in het moeilijke proces van verwerking van een echtscheiding. Het is vooral een praktisch boek dat handvatten geeft om het verwerkingsproces een plek te geven.
Gelijktijdig met het boek is de site www.gebrokenentochheel.nl gelanceerd waar gescheiden christenen meer informatie vinden. Hierop vinden geïnteresseerden ook informatie over ontmoetingsdagen en lotgenotendagen in Amersfoort.
Bron: De Betteld | www.betteld.nl | www.betteld-amerongen.nl | Meer nieuws | Facebook | Hyves | LinkedIn | Twitter | YouTube | Programmaoverzicht
Valt er iets zinnigs te zeggen over het bestaan van de hel? In het septembernummer van Soteria buigen verschillende auteurs zich over een dit weerbarstige onderwerp.
Sinds Rob Bell met zijn boekje Love Wins de knuppel in het hoenderhoek heeft gegooid, is er een heleboel gezegd en gedaan rond het bestaan van de hel. Een mooie gelegenheid voor de redactie van Soteria om ook een duit in het zakje te doen en bovendien de discussie te verbreden naar het oordeel van God, gedachtig de woorden van de apostolische belijdenis: Vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ondermeer Theo van Staalduine, die het nummer opent met een prikkelende exegetische studie n.a.v. Deuteronomium 5:9 met de vraag: Worden kinderen gestraft voor het gedrag van hun ouders? Vervolgens doet Teun van der Leer verslag van zijn leeservaringen met verschillende boekjes rond het bestaan van de hel. Kees van der Kooi brengt in zijn artikel Rob Bell in contact met Karl Barth en zet vraagtekens bij het verwijt dat Barth een heilsuniversalist zou zijn. Jan Martijn Abrahamse werpt verrassend licht op de beroemde en beruchte preek van Jonathan Edwards Sinners in the hands of an angry God. Verder aandacht voor Schleiermacher, het Gehenna en het oordeel.
Meer informatie: www.soteria.nl of redsec@soteria.nl
Losse nummers kunnen worden besteld door overmaking van € 7,50 op giro 464501 van Merweboek mvv. Soteria 2012-3
Bron: Merweboek, Sliedrecht | www.merweboek.nl
Kerkelijke organisaties voor zending en hulpverlening binnen de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt (GKv) ondertekenden deze maand een intentieverklaring waarin zij zich uitspreken voor meer onderlinge samenwerking. Uitgangspunt daarbij is dat zending en hulpverlening een taak van de plaatselijke GKv-kerken is en blijft. Vanuit de intentieverklaring zal nu gezamenlijk worden gewerkt aan een passend model van samenwerking en een geactualiseerd beleid voor zending en hulpverlening door de GKv.
De intentieverklaring is ondertekend door Deputaatschap Zending, Hulpverlening en Training, Groninger Zendings Deputaten, Drentse Zendings Deputaten, Overijsselse Zendings Deputaten, Keniacommissie, Oekraïne Commissie, South India Committee, Utrecht Mission en Kerken in het Zuiden (voorheen ZAC Middelburg). Andere instanties sluiten mogelijk later nog aan. De volledige intentieverklaring is te vinden op www.deverrenaasten.nl/intentieverklaring.
Opdracht
Aanleiding voor de samenwerking en intentieverklaring is de opdracht van de Generale Synode (GS) in 2011, welke voortborduurt op de opdracht tot samenwerking van de GS van1999. De Generale Synode 2011 constateerde dat de gegroeide structuur en werkwijze niet meer passen bij de huidige situatie en hierdoor kansen onbenut blijven. Zij gaf daarom opdracht aan o.a. deputaten Zending, Hulpverlening en Training, met als uitvoerend orgaan De Verre Naasten, om te komen tot een optimale structuur voor beleid en uitvoering van zending en hulpverlening binnen de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Dit in nauw overleg met Zendende Instanties; één kerk of (meestal) een regionaal samenwerkingsverband van meerdere kerken die zendings- en hulpverleningswerk uitvoeren. De intentieverklaring vormt een belangrijpe mijlpaal in de uitvoering van de opdracht.
Uitgangspunten
Belangrijk uitgangspunt in de intentieverklaring is dat de plaatselijke GKv-kerken geroepen zijn om het evangelie in woord en daad uit te dragen, dichtbij en veraf. Zending en hulpverlening is dan ook een taak van plaatselijke gemeenten. De deelnemers erkennen dat hiervoor binnen en tussen kerken al allerlei samenwerkingsverbanden zijn, maar onderstrepen ook dat het van groot belang is dat de GKv-kerken in Nederland op het gebied van zending en hulpverlening nog meer samenwerken om de schaarse middelen op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier in te zamelen en in te zetten. Hiervoor willen de betrokken partijen onder meer op landelijk niveau meer gaan samenwerken en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor het werk van Zending en Hulpverlening namens de GKv. Daarbij wordt bewust ook ruimte gemaakt voor het honoreren en faciliteren van semi-kerkelijke zendings- en hulpverleningsorganisaties en –initiatieven binnen de GKv.
De volledige intentieverklaring is te vinden op www.deverrenaasten.nl/intentieverklaring. Heeft u vragen naar aanleiding van dit persbericht of de intentieverklaring, neemt u dan contact op met Janneke de Vries, waarnemend directeur van De Verre Naasten via 038 427 04 10.
Bron: GKV, Apeldoorn | www.gkvapeldoornzuid.nl
Twee dagen voor zijn bezoek aan Libanon heeft Paus Benedictus XVI opgeroepen tot vrede en verzoening in het Nabije Oosten.
Hij verheugt zich op de ontmoeting met Katholieken van de verschillende ritussen, Christenen van andere denominaties, Moslims en Druzen, aldus de Paus tijdens de algemene audiëntie van woensdag in het Vaticaan.
Deze rijkdom aan verschillende groepen in de Libanese samenleving kan alleen voortbestaan wanneer men in vrede en verzoening leeft. Daarvoor is wederzijds respect een voorwaarde, aldus het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk.
In zijn oproep in het Frans sprak de Paus zijn dank en vreugde uit over de presentie van Christenen in het Midden-Oosten. Zij hebben de solidariteit van alle Christenen in deze wereld nodig. De geschiedenis van de regio toont de belangrijke en vaak beslissende rol van Christelijke gemeenschappen voor de interreligieuze en interculturele dialoog. De Paus bedankte alle personen en instanties die Christenen ondersteunen.
De Christenen in de regio zelf werden door de Paus opgeroepen om vredestichters en brengers van verzoening te zijn. Bidden wij God deze regio de zo verlangde vrede in respect voor de wederzijdse verschillen te schenken, aldus Benedictus XVI.
De duizenden bezoekers in de Pauselijke audiëntiezaal vroeg hij om te bidden voor zijn reis die de Christenen moed moet geven en de broederlijkheid in de regio moet bevorderen.
Bron: Kerk in Nood s Hertogenbosch | www.kerkinnood.nl
Eén van de grote verschillen tussen mensen en andere schepsels is onze creativiteit. De Bijbel zegt dat God ons naar Zijn beeld geschapen heeft. Vanaf het begin was het Zijn bedoeling dat wij creatief zouden zijn, net als Hij.
Pasgeleden sprak ik met een bevriende kunstenaar, een schilder, over kunst gemaakt door het individu versus kunst gemaakt door een groep. Als schilder werkt mijn vriend meestal alleen, net als ik in mijn werk als fotograaf. Als andere mensen bij het project betrokken zijn, zijn zij meestal fotografische objecten. Ze zijn wel degelijk onderdeel van het proces, maar de creativiteit zit hem vooral in het gebruik van mijn ogen, hoofd en hart om foto's te maken. De camera is een hulpmiddel, net zoals een kwast of de beitel van een beeldhouwer hulpmiddelen zijn om het kunstwerk te maken.
Mijn andere professie, musicus, zie ik vooral als een teamsport. Sommige musici werken graag alleen als componisten of solo performers, maar voor mij is muziek maken iets wat het beste door een team gedaan kan worden. Het team kan klein zijn, een duo als John Lennon en Paul McCartney bijvoorbeeld, of groot, zoals een symfonieorkest.
Hetzelfde principe geldt in de zakenwereld. Een directeur of leidinggevende moet soms alleen werken en beslissingen nemen die alleen hij of zij nemen kan. Verkopers reizen vaak alleen naar potentiële klanten, in de hoop ze te overtuigen producten of diensten te kopen die ze aanprijzen. Op zulke momenten gebruiken zij persoonlijke creativiteit om te bepalen waarmee hun doel het beste bereikt kan worden. Vaak echter is een teambenadering bij zakendoen het beste. Bijvoorbeeld: als het gaat om strategieën voor de toekomst te formuleren, om het ontwikkelen van specifieke plannen voor een nieuw initiatief of om de overall prestaties van een afdeling of het bedrijf te evalueren. In dit soort gevallen leiden verschillende perspectieven vaak tot betere resultaten. Ongeacht de grootte van het team, de magie gebeurt als je je realiseert dat het geheel groter is dan de som der delen. Met andere woorden, je bereikt iets wat je alleen niet voor elkaar gekregen zou hebben. We zien deze werkelijkheid vaak in de sportwereld. Als leden van een team goed samen spelen, kunnen de resultaten vele malen meer zijn dan wat je van een ieder individueel zou verwachten.
De muziekgroep waar ik lid van ben, Sky Blue, werd jaren geleden geformeerd omdat we kunst wilden maken in de vorm van muziek. Als we optreden, ziet ons publiek vier artiesten die naar elkaar luisteren, die reageren op wat de anderen zingen en spelen, iets toevoegend aan het muzikale gesprek op een manier die, hopelijk, prettig is om naar te luisteren. We zijn geen jazzband, maar eigenlijk is dat ongeveer wat jazzmuziek inhoudt. Meestal sluiten we af met enorme grijnzen op onze gezichten omdat we iets geproduceerd hebben dat nog niet eerder gehoord was en waarschijnlijk nooit meer op precies die manier gehoord zal worden.
De Bijbel heeft het vaak over de waarde van teamwerk. In het Oude Testament, in Prediker 4:9-12, wijst het ons erop dat, Je kunt beter met zijn tweeën dan alleen zijn, want, dat is zeker, samen zwoegen loont. Wanneer twee vrienden samen zijn en een van beiden valt, helpt de ander hem weer overeind... En iemand die alleen is kan zich niet verdedigen wanneer hij aangevallen wordt, maar met zijn tweeën houd je stand.
Een koord dat uit drie strengen is gevlochten, is niet snel stuk te trekken. Spreuken 27:17 zegt, Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens. We hebben allemaal unieke talenten en vermogens, maar om op ons best te presteren, hebben we elkaar nodig.
Reflectie/Discussievragen
Hoe zou je zeggen dat creativiteit een plek krijgt in het werk wat jij doet? Geef een paar voorbeelden. Welke taken kun je, gebaseerd op je eigen ervaring, het meest effectief alleen doen en welke worden meestal het beste uitgevoerd als je deel uitmaakt van een team, of dat nu één ander persoon of een groep mensen is? Ben je ooit in situaties geweest waar, als je terugblikt op wat er gepresteerd is, je je realiseert, zoals Jim Mathis het verwoordt, dat ‘het geheel meer is dan de som der delen’? Licht je antwoord toe. Wat zijn volgens jou, of het nu in een zakelijke omgeving, sport, gemeenschapsprojecten, of kunstuitingen zoals muziek is, de grootste voordelen van teamwerk, in termen van creativiteit?Bron: CBMC Nederland, Putten | www.cbmc.nl
KLM en TUI Nederland in actie voor 42ste Rode Kruisvlucht
Zo’n 70 gasten, waaronder 42 chronisch zieken en gehandicapten, gaan vandaag voor de 42ste keer een dag op vakantie met het Nederlandse Rode Kruis. De dagtocht gaat, net als vorig jaar, naar het Spaanse Valencia. De bijzondere vakantiegangers vliegen vandaag in één dag heen en weer en brengen onder andere een bezoek aan het Oceanographic, het grootste aquarium van Europa. Voor de gasten is deze dagtocht een welkome afleiding. Reizen is voor hen vaak niet gemakkelijk en voor sommige passagiers is het zelfs de eerste keer aan boord van een vliegtuig.
De Rode Kruisreis is mogelijk dankzij de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM) en reisorganisatie TUI Nederland. KLM stelt een volledig vliegtuig en bemanning ter beschikking voor de dagtocht. Peter Hartman, President-directeur van KLM: Ook dit jaar zet KLM zich graag weer in om de gasten van het Rode Kruis een onvergetelijke ervaring te laten beleven. Dit doen wij met plezier juist voor deze groep mensen, die niet altijd even gemakkelijk op reis gaan. Onze crew en begeleiders zullen alles in het werk stellen om deze passagiers op een aangename manier van en naar Valencia te brengen.”
Reisorganisatie TUI heeft een zorgeloos dagprogramma samengesteld. Steven van der Heijden, CEO TUI Nederland: “We doen er alles aan om vandaag tot een onvergetelijke dag te maken waar iedereen met veel genoegen op terugkijkt. Valencia is een prachtige stad waar al veel van onze vakantiegangers een prachtige tijd hebben beleefd, en we hopen dat de gasten van het Rode Kruis hier na 15 september net zo over denken.
Ook voor het Nederlandse Rode Kruis, dat al jaren aangepaste vakanties biedt voor mensen die niet meer zelfstandig op vakantie kunnen, is deze reis uniek. Om de gasten tijdens de dagtocht een onvergetelijke ervaring en de juiste zorg te kunnen bieden gaan er ruim 35 Rode Kruis vrijwilligers mee waaronder twee artsen en zes verpleegkundigen van het Rode Kruis. Eerder reisden de Rode Kruis-gasten naar onder andere Orlando, Mallorca, Wenen, Praag, Dublin en Parijs.
Het Nederlandse Rode Kruis
Het Rode Kruis komt op voor chronisch zieken en gehandicapten en is al jaren actief om eenzaamheid te verlichten. Het Rode Kruis heeft ruim 35.000 vrijwilligers, zij helpen onder andere 55.000 vereenzaamden en chronisch zieken en gehandicapten met zogenaamde vriendendiensten, zoals huisbezoeken, oppashulp, internetles, coaching en het opzetten van telefooncirkels. Jaarlijks genieten zo´n 6500 gasten van aangepaste vakanties op het vakantieschip J. Henry Dunant of in één van de Rode Kruis- vakantiehotels.
Bron
www.rodekruis.nl/paginas/home.aspx
De Veenendaalse Bethelkerk sponsorde eind 2011 een complete diepwaterput in Haweme, Benin, West-Afrika. De put gaf zoveel blijdschap en dankbaarheid bij de bevolking dat veel mensen tot geloof kwamen en er een nieuwe gemeente ontstond.
Het dorp voelde zich vergeten van de rest van de wereld. Maar eind van 2011 boorde GAiN (Global Aid Network) een diepwaterbron die nu gebruikt wordt door 600 mensen. De Haweme-gemeenschap was dolblij met de bron omdat veel mensen ziek waren en werden door het gebrek aan schoon water.
Om de vijf dagen feest
Onaangekondigd ging het GAiN team dit voorjaar op bezoek bij de bron om te kijken en controleren. Tot hun verbazing waren er bij de bron zo’n 75 mensen aan het dansen, zingen en feestvieren. De dorpelingen vertelden enthousiast dat ze elke vijf dagen feest vierden vanwege de diepwaterput en het schone water. We zullen doorgaan met feest vieren. Nu hebben we toegang tot een beter leven. Het lijden door het slechte water is voorbij. We hadden nooit gedacht dat we een bron in ons dorp zouden krijgen. We voelden ons vergeten. Nu ze eenmaal hebben geroken aan de hulp willen ze erg graag een kerkje en een schooltje bouwen.
Nieuwe kerkgemeenschap
In mei 2012 werd de film Jesus vertoond. Dit is een zowel door christenen als moslims veel gewaardeerde film, die al in meer dan 1100 talen verschenen is. 274 mensen zagen de film en 42 mensen bekeerden zich. Een deel van hen volgt een follow-up cursus. Daardoor is er een nieuwe kerkgemeenschap gesticht, dankzij de gesponsorde diepwaterput uit Veenendaal.
Bron: GAIN Doorn | http://gainhelpt.nu
Jongeren komen vaak heel enthousiast terug van een werkvakantie in een ontwikkelingsland. Thuis en in de kerk laten ze foto’s zien en vertellen hun verhaal. En daarna……?
Uit onderzoek onder ruim 100 oud-deelnemers van een reis van World Servants, blijkt dat de jongeren na hun reis vaak meer dankbaar zijn voor de welvaart die we in Nederland hebben, dat ze meer gemotiveerd raken voor een bepaalde studie of dat ze opnieuw naar het buitenland gaan voor een stage of voor vrijwilligerswerk. Een deel van de jongeren wordt door de reis ook gestimuleerd in hun geloof. Helaas blijft de werkvakantie vaak een soort zwerfkei, een los element in het leven van jongeren, omdat de reis onvoldoende verbonden is met de gemeente waar ze bij horen.
Want de meeste deelnemers van een World Servants reis zijn lid van een kerk en het merendeel van de plaatselijke groepen hebben een officiële band met een lokale kerk. Toch hebben de reizen vaak geen officiële plek in het beleid van de kerkelijke gemeente en wordt er weinig gedaan met de ervaringen die de jongeren daar op hebben gedaan. Jammer, want de helft van de jongeren die een werkvakantie heeft gedaan, is wél geïnteresseerd om ook in Nederland de handen uit de mouwen te steken en mensen te helpen. Juist die combinatie spreekt hen aan, blijkt uit de enquête: praktische helpen en de mensen om wie het gaat zelf ontmoeten. Gevraagd naar de voorkeuren van de jongeren voor het soort diaconaal werk dat ze eventueel zouden willen doen in Nederland, geeft 34% aan dat ze graag op bezoek zouden gaan bij iemand uit een andere cultuur, bijvoorbeeld een vluchteling. 30% geeft de voorkeur aan praktische klussen en 21% wilde ouderen of gehandicapten gaan helpen. De helft van de jongeren die deze vraag invulde, zouden een dergelijke activiteit het liefst eens per maand doen.
Plaatselijke kerken zouden de ervaringen van jongeren tijdens een werkvakantie moeten zien als een kans. Juist door hun ervaringen tijdens hun werkvakantie, kunnen jongeren gaan ontdekken hoe zij zich met hun gaven kunnen inzetten. Tot die ontdekkingstocht moeten jongeren begeleid en uitgedaagd worden!
Daarom is op basis van het onderzoek materiaal ontwikkeld waarmee jongeren zelf aan de slag kunnen na hun werkvakantie, om zich te oriënteren op een diaconaal vervolg in Nederland. Het materiaal beslaat vier avonden, op de eerste avond kijken de jongeren terug naar hun werkvakantie en reflecteren op hun ervaringen. Op de tweede avond doen ze een leerstijlen- en gaventest en op derde avond wordt een diaken van hun kerk uitgenodigd om te praten over het diaconale werk in hun kerk. Op de vierde avond gaan ze op zoek naar mogelijkheden om zich daadwerkelijk te gaan inzetten.
Zo gaat de slogan van World Servants ook op in de eigen situatie van de jongeren
en de kerken: ‘Bouwen aan jezelf door te bouwen voor een ander, ook in Nederland!
Bron: World servants Nederland Wolvega | www.worldservants.nl |
http://worldservants.hyves.nl
Libanon, gelegen aan de oostkant van de Middellandse Zee, is een land dat door de eeuwen heen de ogen van de wereld op zich heeft gevestigd. Het is een land dat zich op een cultuur kan beroemen die teruggaat tot Byblos uit de dertiende eeuw v.Chr., het is een van de weinige landen buiten Palestina die Jezus heeft bezocht tijdens Zijn dagen op aarde (Mc 7:24-26), het is een land dat de liturgie van de Kerk inspireerde de glorie van de Maagd Maria te bezingen.
De eerste opvolgers van de Heilige Petrus tot en met onze hedendaagse pausen hebben altijd een bijzondere voorliefde voor Libanon gehad. De gebeden van paus Benedictus voor dit land zullen nog intenser worden tijdens de apostolische reis die hij van 14 tot 16 september a.s. naar Libanon zal maken. Doel is de Post Synodale Apostolische exhortatie te tekenen, waarvoor de basis werd gelegd tijdens de synode over het Midden Oosten in 2010. Helaas hebben, ondanks de vreugde waarmee dit bezoek gepaard zal gaan, de crisis in Syrië en de daaruit voortvloeiende druk op het kleine buurland tot gevolg dat hij een verre van gemakkelijke situatie zal aantreffen.
Een klein land met een grote religieuze verscheidenheid
Het hedendaagse Libanon is met een oppervlakte van minder dan 11.000 km2 (ongeveer een kwart van Nederland), niet alleen het op één na kleinste land in het Midden Oosten en in de Arabische Wereld na Bahrein, maar ook het land met meer religieuze diversiteit dan enig ander land in de regio. Er is geen staatsgodsdienst; de achttien religieuze gemeenschappen zijn alle officieel erkend door de Libanese Grondwet. Van de achttien officieel erkende religieuze groepen, zijn er twaalf Christen, vier Moslim, een Druze en een Joods. Een verdrag voorziet in een gelijk aantal zetels voor Christelijke en Moslim gemeenschappen in het Libanese parlement en eveneens in een gelijke verdeling van posities in de regering en de hoge organen van de Libanese staat. De president dient een Maronitische Christen te zijn, de eerste minister een Soeni Moslim en de voorzitter van het parlement een Sjiïtische Moslim. Er zijn elf Christelijke ministers, onder wie vijf Maronieten, vier Grieks Orthodoxen, een Armeniër en een Katholieke minister, vier Sjiïtische Moslims, vier Soeni Moslims en twee Druze ministers.
De zetels in het parlement zijn gelijk verdeeld tussen Christenen en Moslims met voor ieder 64 op een totaal van 128. Binnen de Christelijke gemeenschappen zijn 34 zetels toegekend aan de Maronitische Christenen, 14 aan de Grieks Orthodoxen, 8 aan de Grieks Katholieken, 5 aan de Armeens Orthodoxen en 1 aan de Armeense Katholieken, 1 aan de Protestanten en 1 aan andere Christelijke minderheden. Binnen de Moslim gemeenschappen zijn er 27 zetels gereserveerd voor de Sjiïeten, 27 voor de Soenis, 8 voor de Druzen en 2 voor de Alawieten.
Een religieuze diversiteit met een Moslim meerderheid
Het politieke landschap weerspiegelt een betrekkelijke, numerieke gelijkheid tussen de bevolkingsgroepen. Dit politieke evenwicht staat nu echter met de toenemende emigratie van jonge Christenen onder druk. De situatie is verre van rooskleurig, zegt een pater Karmeliet, want Christenen vormen nu minder dan de helft van de bevolking, terwijl zij er vroeger (voor de burgeroorlog van 1975-90), meer dan 75% van uitmaakten. Op het ogenblik hebben de Moslim gemeenschappen een numeriek overwicht.
Libanon heeft ook Koerden onder zijn bevolking, bekend onder de naam Mhallami of Mardini, hun aantal ligt tussen de 75.000 en 100.000. De meesten van hen zijn afkomstig uit Syrië en Turkije en worden beschouwd als leden van de Soeni gemeenschap. Tenslotte zijn er nog vele duizenden Arabische Bedoeïenen, die ook bij de Soenis worden gerekend en merendeels in de Bekaa vallei en in de Wadi Khaled regio te vinden zijn.
De Christelijke gemeenschappen in Libanon
De wortels van het Christendom in Libanon gaan terug tot de tijd waarin Christus zelf Tyrus en Sidon bezocht. De apostel Petrus bracht een week door in Sidon op weg naar Antiochië. Talloze Libanese Christenen hebben hun leven voor het Geloof gegeven. Ten tijde van Constantijn de Grote en het Concilie van Nicea (325), werd het Romeinse Rijk door Diocletianus gereorganiseerd en in bisdommen verdeeld. Onder invloed van de concilies van Ephese (431), Chalcedonië (451) en Constantinopel (680-681), viel het Oosters Christendom, ofschoon van dezelfde Aramese afkomst, uiteen in verschillende Kerken: Nestoriaanse, Monophysitische, Melkitische, Armeense en Maronitische, ieder met haar eigen liturgische taal, riten en hiërarchie.
Thans zijn onder de Christenen in Libanon vijf hoofdstromingen te onderscheiden: Katholieke, Orientaals Orthodoxe, Oosters Orthodoxe, Assyrische en Evangelische. Deze hoofdstromingen zijn weer onder te verdelen in een groot aantal Kerken.
De Kerk in Libanon
Er zijn op het ogenblik drie Katholieke patriarchen met de titel van Antiochië en het Gehele Oosten (Maronitisch, Grieks Katholiek en Syriaaks Katholiek).
Er zijn twee Orthodoxe patriarchen (een Grieks-Orthodoxe en een Syriaaks Orhodoxe) die ook de titel van Antiochië en het Gehele Oosten dragen. Hun jurisdictie strekte zich uit over het gehele gebied van het Ottomaanse Rijk onder Salomon de Grote in de XVIe eeuw. Hetzelfde gebied valt ook onder een Armeens-Katholieke patriarchen een Armeniaans-Orthodoxe Catholicos. Tevens is er een Chaldeeeuwse de patriarch van Babylon voor de Kaholieke Chaldeërs uit Bagdad en een Assyrische patriarch.
Hevige spanningen op sociaal-politiek gebied
Op sociaal-politiek gebied zijn er hevige spanningen in Libanon, waar als gevolg van het conflict in Syrië botsingen tussen rivaliserende groeperingen zijn uitgebroken. Sektarisch geweld tussen Soeni Moslims (die steun verlenen aan de Syrische oppositie) en Alawieten (Sjiïtische Moslims), die achter de Syrische president Bashar Assad staan, heeft zich van de noordelijke stad Tripoli naar Beiroet verplaatst. Daarmee is de zorg toegenomen dat het conflict in Syrië naar Libanon zal overslaan. Een aantal schietpartijen, ontvoeringen en bomaanslagen zowel binnen als buiten het land, laat de relatieve rust van de laatste maanden wankelen. De situatie verslechterde op 20 mei toen soldaten bij een Libanese militaire controle post in het noorden een plaatselijke Soeni leider neerschoten. De man was gewapend en leverde actieve steun aan de Syrische rebellen. Bij een ander incident in Beiroet kwamen minstens twee mensen om het leven en raakten er achttien gewond nadat twee anti-Syrische geestelijke leiders waren doodgeschoten. Op 7 augustus berichtte Reuters dat het Libanese leger naar Tripoli was gezonden om een einde te maken aan sektarisch geweld. Dit woedde al drie dagen tussen Soeni aanhangers van de eveneens Soenische opstandelingen in Syrië en de plaatselijke Alawietische minderheid. Hetzelfde bericht maakte melding van de bezetting van het centrum van Tripoli door Islamisten. Zij eisten de vrijlating van een man die ten onrechte zou zijn aangehouden omdat hij zou werken voor de Syrische oppositie. Door deze incidenten, is de spanning toegenomen, niet alleen tussen de Soeni gemeenschap en het Libanese leger, maar ook tussen uiteenlopende rivaliserende groeperingen in het land en in het bijzonder tussen de Soeni en Sjiïtische gemeenschappen. Dergelijke spanningen zijn niet nieuw. Soenis en Alawieten hebben sporadisch met elkaar de strijd aangebonden, nadat Syrië in Libanon militair had ingegrepen tijdens de oorlog van 1975-1990.
Het schrikbeeld van economische achteruitgang
Diep gewortelde belangen en langdurige perioden van politieke impasse hebben wezenlijke vooruitgang op het gebied van economische hervormingen en de aanpak van sociale kwesties vrijwel onmogelijk gemaakt. Het schrikbeeld van economische achteruitgang dat in 2011 over Libanon hing, is in 2012 bepaald niet verdwenen met een nationale schuld van meer dan $ 58 miljard (ongeveer 130% van het BNP in 2011), afname van de toestroom van kapitaal met 20%, van investeringen met 15% en van toerisme met meer dan 20%. De toekomst van de Libanese jeugd wordt bedreigd door massale emigratie en hoge werkloosheid. De schooluitval neemt snel toe evenals de groeiende armoede en drugsverslaving. Bijna 300.000 Libanezen kunnen niet voorzien in hun elementaire voedings- en andere behoeften. Ongeveer 28.5% van de bevolking leeft onder de armoedegrens, die ligt bij ongeveer US $ 4 per dag. Omdat Libanon een netto importeur van voedsel en olie is, hebben de gestegen wereldprijzen de inflatie aangewakkerd. In april joegen omhoogschietende olieprijzen schokgolven door het land die leidden tot een aantal bezettingen en demonstraties.
De crisis in Syrië slaat over naar Libanon
De nu al een jaar aanhoudende crisis in Syrië, die de verdeeldheid tussen de rivaliserende politieke leiders in Libanon heeft verscherpt, slaat nu over naar de religieuze autoriteiten in Libanon aan weerszijden van de sektarische grens. De neutraliteitspolitiek van de regering tegenover Syrië die probeerde te voorkomen dathet land in dezelfdechaos als het buurland terecht zou komen, wordt nu overstemd door de vrees, uitgesproken door politieke en religieuze leiders, dat Libanon voor een kolossaal veiligheidsprobleem komt te staan als Syrië afglijdt naar een totale burgeroorlog. Deze zorg wordt gedeeld door o.a. patriarch Beshara Boutros Rai van de Maronitische Kerk en de Soeni Groot Moefti sjeik Mohammed Bashid Qabbani. In een interview met Reuters op 4 maart jl., verklaarde patriarch Bechara Boutros Rai dat verandering in de Arabische wereld niet met wapengeweld kan worden bereikt en dat Christenen vrezen dat de algehele verwarring alleen maar extremistische Moslim groeperingen in de kaart speelt. ‘Alle regeringen in de Arabische wereld hebben de Islam als staatsgodsdienst, behalve Syrië. Syrië valt uit de toon door zich niet te presenteren als een Islamitische staat…’ De patriarch heeft eenwording en liefde tot thema van zijn patriarchaat gemaakt. Onvermoeibaar werkt hij aan de afbraak van obstakels die door haat zijn ingegeven, verleent hij steun aan burgerrechten voor ieder en zet hij zich in voor de zaak van vrede in het Midden Oosten en de wereld door wederzijds respect en begrip te bevorderen. In een poging spanningen binnen de Christelijke gemeenschap weg te nemen, belegde hij in april een ontmoeting met de voornaamst politieke leiders van het land, gevolgd door een gemeenschappelijke Christelijke-Moslim bijeenkomst.
De stroom vluchtelingen uit Syrië komt nog eens bij de vluchtelingen uit Palestina, uit Irak en bij de van elders verdrevenen.
Duizenden Syriërs zijn op het ogenblik door de oorlogstoestand in hun land van huis en haard verdreven. Het aantal vluchtelingen nam in de derde week van juli drastisch toe nadat vier hoge officieren van de Syrische veiligheidsdienst bij een zware bomaanslag in Damascus om het leven waren gebracht. Families werden opgeroepen de hoofdstad te verlaten en voor hun veiligheid te vluchten naar buurlanden waaronder Libanon (de grens tussen Libanon en Syrië is 365 km. Lang). In de derde week van juli arriveerden in twee dagen tijd meer dan 30.000 vluchtelingen bij de Libanese grensplaats Masnaa. (Damascus, de hoofdstad van Syrië ligt op nog geen 40 km van de Libanese grensplaats Masnaa). Op 17 juli jl. meldden de VN 30.000 Syrische vluchtelingen in Libanon te hebben geregistreerd. De Lokale Coördinatie commissie voor Syrië die in Libanon werkzaam is om vluchtelingen hulp te bieden en de oppositie te steunen, schat het aantal vluchtelingen dat thans in Libanon verblijft, op 90.000.
De politieke instabiliteit in Syrië heeft geleid tot een nieuwe stroom van vluchtelingen uit Syrië naar Libanon. Maar deze vluchtelingen zijn niet de eersten in Libanon. Het land biedt al plaats aan 75.000 Irakezen (onder wie 8.000 Christenen), meer dan 405.425 Palestijnse vluch-telingen en 200.000 verdrevenen als gevolg van de situatie langs de 80 km lange grens tussen Libanon en Israël.
Bron: Kerk in Nood s Hertogenbosch | www.kerkinnood.nl
Iedere avond en in het weekeinde is de hoofdweg tussen Beiroet en Jounieh, de grootste Christelijke stad van Libanon, boordevol. Een eindeloze rij auto’s rijdt vrijwel stapvoets langs de kustweg die de twee steden verbindt. Pas ten noorden van Jounieh in de richting van Byblos begint de rij van voortkruipende auto’s wat uit te dunnen. De steden zijn toeristische trekpleisters. Ze waren al in de oudheid beroemd. De restaurants zijn vol; de Libanese midden klasse heeft een redelijke levensstandaard.
Bedrieglijk
Maar dit beeld is bedrieglijk; de schone schijn kan niet verhullen dat het niet goed gaat met de economie. Dat is al te zien aan de rijen auto’s – luxe modellen naast aftandse taxi’s. In veel nieuwe gebouwen ontbreken ramen en ze zien er niet naar uit dat ze spoedig opgeleverd gaan worden. Toch wonen er mensen. In Beiroet loopt men, tussen twee welvarende, mooi aangelegde woonwijken, plotseling tegen een sloppenwijk aan met donkergrijze blikken keetjes. Vlak ervoor staat een nieuw, glanzend rood geschilderd hok, verfraaid met het opschrift Frankfurt Würst. Waarschijnlijk een investering uit betere tijden. Maar de crisis in de wereldeconomie is niet aan Libanon voorbij gegaan. Investeringen zijn met een vijfde gedaald, de nationale schuld loopt op en bedraagt op het ogenblik US$ 60 miljard of 130% van het BNP. Meer dan een kwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens – vier dollar per hoofd per dag – terwijl de handel met Syrië vrijwel geheel is ingestort. Intussen stromen steeds meer vluchtelingen uit dit buurland binnen. Over hun aantallen is, als met alle bevolkingsstatistieken in dit land, geen duidelijkheid te krijgen, en er is van officiële kant ook geen enkele poging ondernomen om ze te tellen. Maar het is wel zeker dat het om tienduizenden gaat. Velen vinden onderdak bij familie of vrienden. Er zijn geen vluchtelingenkampen. De regering blijft voorzichtig en vermijdt iedere stellingname voor of tegen Assad. Dit zou immers het wankele binnenlandse evenwicht in gevaar kunnen brengen.
Geweld en ontvoeringen
Daarentegen neemt de pers geen blad voor de mond en steekt de draak met de laksheid en machteloosheid van de regering tegenover enkele voorbedachte gewelddaden en ontvoeringen. Het is iedereen duidelijk dat Syrië er op uit is zijn crisis te internationaliseren en Libanon als eerste in deze kolk mee te zuigen. Wat dat betreft, zijn de posities van de verschillende politieke groeperingen duidelijk: de twee grootste Christelijke partijen, Kataeb en Forces libanaises eisen intrekking van het samenwerkingsverdrag met Damascus. Er is evident bewijs dat de vroegere minister Michel Samaha, ongetwijfeld in opdracht van Damascus een aanslag beraamde op de Maronitisch patriarch, en een populair Soeni parlementslid; hij werd aangegeven en legde een bekentenis af. De opwinding is begrijpelijk, vlak voor het bezoek van de paus in september. Maar hieruit afleiden dat zich een oorlogsstemming van het land heeft meester gemaakt, zoals sommige correspondenten doen geloven, wekt herinneringen aan de tijd van de Libanese burgeroorlog. Toen bleven de meeste westerse correspondenten in het comfortabele Holiday Inn Hotel in West Beiroet zitten en rapporteerden van daaruit wat hen werd voorgeschoteld door de Palestijnen en Syriërs die het voor het zeggen hadden in dit deel van de stad. Daarmee gaven ze wat kleur aan de gevestigde ideeën van Europa en Amerika. Nu zitten de correspondenten, zo ze al in Beiroet zijn, waarschijnlijk in het nog fraaiere Hotel Phoenicia en schrijven verhalen over huurlingen van Assad die de straten van Beiroet afkammen op zoek naar tegenstanders. Iedereen die de laatste paar weken in Libanon heeft gereisd weet dat dit niet klopt. De enige plaats waar wat geweervuur heeft geklonken, ligt in het noorden, aan de grens met Syrië. Beiroet zelf is, zoals altijd, bruisend en opgewekt, en in plaats van hordes gewapende mannen, zijn er optochten van toeterende auto’s, vaak met pas getrouwde stellen, die door de straten trekken, terwijl hier en daar een verveelde Libanese soldaat de rijen langs de controleposten leidt. Spanning neemt alleen toe, wanneer Hezbollah zo nu en dan aan machtsvertoon doet en de weg naar het vliegveld voor enkele uren afsnijdt. Maar er is absoluut geen sprake van iets dat op oorlogsspanning lijkt. Voorlopig is de lont aan het Libanese kruitvat lang genoeg om uitgetrapt te worden wanneer het begint te smeulen.
Politiek evenwicht
Geen van de voornaamste partijen, Sjiïeten, Soenis of Christenen, heeft er ook maar enig belang bij het wankele politieke evenwicht in gevaar te brengen. Ze wachten alle af wat er gaat gebeuren in Syrië. Langs de hele weg naar Tripoli is het rustig in dit land, zelfs in de Bekaa vallei langs de Syrische grens, waar Hezbollah de baas is. Iedere dag komen hier vluchtelingen aan uit Aleppo, Homs of Damascus, in overgrote meerderheid Christelijke families. De Melkitisch Katholieke aartsbisschop Issam Darwish stelt nuchter vast: Op het ogenblik gaat het om ongeveer 500 families of 3.000 mensen. Iedere dag neemt hun aantal toe; ze komen met tientallen. Als ze geld hebben huren ze een klein huisje of proberen ze onderdak te vinden bij familie of vrienden, ten minste voor de komende paar maanden. In Turkije wordt veel hulp aan de vluchtelingen geboden, maar hier? Er komen hier geen tentenkampen; de ervaring met de Palestijnen werkt dit tegen. Kerk in Nood is de enige organisatie die hulp heeft aangeboden. Verder zijn we op onszelf aangewezen. schattingen,
Vluchtelingen
Het land heeft hulp nodig. Schattingen van het aantal onzichtbare vluchtelingen, in de Bekaa Vallei, in Beiroet en in de Christelijke gemeenschappen, spreken van een totaal van 30.000. Maar het meest te lijden, hebben de Christelijke vluchtelingen uit Irak die nog steeds uit hun land worden verjaagd en een heenkomen zoeken in Libanon. De VN heeft de hulp aan hen van de ene dag op de andere gehalveerd, omdat zij de handen vol heeft met de vluchtelingen uit Syrië. Maar juist de Irakezen hebben geen familie of vrienden tot wie zij zich kunnen wenden en zijn volledig afhankelijk van hulp van anderen. Het vluchtelingenprobleem is en blijft het grootste probleem voor dit land”, zegt apostolisch nuntius, Gabriele Caccia. Maar de pers besteedt er nauwelijks aandacht aan. Over het bezoek van de paus, laat de aartsbisschop geen twijfel bestaan: Natuurlijk gaat dit bezoek door. Dit wordt bevestigd door Béchara Boutros Raï, de patriarch van de Maronieten, de grootste Christelijke gemeenschap in Libanon. We zien met blijdschap uit naar dit bezoek.
Consensus
Inderdaad, de 75 bisschoppen van de twaalf verschillende Christelijke Kerken kijken uit naar dit bezoek. Ook de Moslim gemeenschappen van Sjiïeten en Soenis staan er positief tegenover. Zij zien, volgens de nuntius, in de paus een geestelijk leider met een wereldwijd gehoor. Hij voegt er aan toe dat dit aspect uitdrukking geeft aan het speciale karakter van Libanon in tegenstelling tot alle andere landen in het Midden-Oosten. Want Libanon is geen theocratisch en ook geen seculier land. Het is een land met burgerrechten, samengesteld uit minderheden waar vrijheid van geweten religieuze grenzen overstijgt. We hebben hier een politiek systeem dat gebaseerd is op consensus, dat vrijwel uniek is. Noch de Christenen, noch de Sjiïeten, noch de Soenis vormen een meerderheid. De Grondwet biedt bescherming aan minderheden.
Delicaat evenwicht
De president van Libanon is een Maroniet, de minister-president een Soeni en de voorzitter van het parlement een Sjiïet. Als een van de bevolkingsgroepen de meerderheid vormt, kan het delicate evenwicht in gevaar komen. Dit is waarschijnlijk tevens een van de redenen waarom er al sinds meer dan een halve eeuw geen volkstelling is gehouden. Maar omdat de kiezers zich moeten laten registreren, geven de kieslijsten wel een indruk van de samenstelling van de bevolking. Volgens deze lijsten vertegenwoordigen de Christenen 35%, de Soenis 25% en de Sjiïeten 37%. Hier dienen nog de Druzen te worden bijgeteld die 2% van de bevolking uitmaken. Deze aantallen laten geen andere keuze dan tot consensus te komen. Het alternatief is oorlog en op het ogenblik zit niemand daar op te wachten. Des te meer reden voor iedereen om te wijzen op de bijzondere boodschap die Libanon aan de regio en de wereld kan bieden, dat het mogelijk is in een land in vrede samen te leven ondanks religieuze, culturele en etnische verschillen dankzij vrijheid van geweten.
Bron: Kerk in Nood s Hertogenbosch | www.kerkinnood.nl