Chalton (47) wordt geboren op Curaçao, waar hij van jongs af aan alcohol drinkt. Op zijn twintigste ontdekt hij ook drugs. Na een leven vol verslaving is hij inmiddels bijna drie jaar clean.
Toen ik bij De Hoop zat, hoorde ik van mijn moeder dat mijn oma me toen ik vier jaar was al drank gaf, vertelt Chalton. Dat was heel normaal in ons gezin. Toen ik een jaar of twaalf was, dronk ik iedere dag op school, samen met een vriend. Drank is een legale drug. Niemand zei er wat van dat ik het gebruikte. Vanaf mijn vijftiende was ik ieder weekend dronken. Ik herinner me dat ik op een ochtend wakker werd in het portiek van ons huis en dat ik niet eens wist hoe ik daar gekomen was.
Sensationeel
Ook met drugs komt Chalton al jong in aanraking. Ik zag vanaf mijn vijftiende mijn vrienden blowen, maar dat boeide me niet. Ik was alleen geïnteresseerd in drank. Ik werd daarmee geplaagd. Toen ik twintig was, zei ik: Vooruit, ik wil het één keer proberen. Ik proefde cocaïne en was verkocht. Het gaf me een sensationeel gevoel. Chalton raakt verslaafd. Hij heeft een goede baan, maar verliest die omdat hij van zijn baas geld steelt voor drugs. Daarna gaat hij drugs dealen. Het ging steeds slechter met me. Het was een tweestrijd. Je weet dat je iets slechts doet, je kunt vermoord worden of doodgaan aan drugs, je moet schuilen voor politie en justitie en je zit tussen criminelen. Je bent bang, maar de drugs blijven toch trekken.
Genade
Chalton heeft uit zijn jeugd herinneringen aan het geloof in God. Dit leidt uiteindelijk tot het begin van veranderingen. Als kind ging ik mee naar de kerk. Ik ben ook daarna altijd aan God blijven denken. In 1989 stelde een voorganger voor dat ik naar Jamaica ging. Ik zou daar tot rust kunnen komen. Ik werd er in een christelijk gezin geplaatst. Zij raakten me door de liefde van God. Ze kenden me niet, maar ze accepteerden me. Tijdens zijn verblijf op Jamaica ontmoet Chalton de plaatselijke directeur van Jeugd met een Opdracht. Deze vraagt of hij een discipelschapstrainingschool wil volgen op Jamaica. Ik ben dat gaan doen in 1990. Ik heb toen de genade van God leren kennen. Ik moest daarna terug naar Curaçao en had in 1993 een terugval. De wereld trok aan me. Ik ging terug naar Jamaica en daar was het opnieuw goed. Zo reisde ik jarenlang heen en weer tussen Jamaica en Curaçao. De meeste tijd was ik clean van drugs, maar ik dronk wel. Ik dacht dat ik niet zonder alcohol kon. Ik weet niet waarom: alcohol wás er gewoon.
In Uw naam
De werkelijke ommekeer komt als Chalton begin 2009 zijn zoveelste terugval heeft. Toen zei ik: Nee, dit wil ik niet meer. Chalton besluit een intake te doen bij De Hoop. Dat wordt hem al jarenlang aangeraden, maar hij vindt Nederland veel te ver en kent er niemand. Nu had ik geen uitvluchten meer. Toen ik in oktober 2009 naar Nederland vertrok, stond heel mijn familie op het vliegveld. Ik zei tegen God: Ik wilde nooit naar Nederland, maar nu ga ik in Uw naam. Bij De Hoop werd ik echt naar God toegetrokken. Ik wilde de wortel van het verleden eruit trekken. Ik wilde niet meer terugvallen.
Trek
Chalton is gemotiveerd voor zijn behandeling bij De Hoop. Hij maakt zich echter zorgen dat er iets niet klopt: Tijdens groepsmomenten ging het over trek en terugval, maar ik had helemaal geen trek in drugs of alcohol. Ik wilde alleen maar thee drinken omdat ik het zo koud vond in Nederland. Ik zei tegen mijn begeleider dat er iets mis was. Ik geloofde dat het niet kon dat ik geen trek had. Mijn begeleider zei dat ik God ervoor moest danken. Aan het eind van het gesprek vroeg hij of hij voor me mocht bidden. Tijdens het bidden had ik mijn ogen dicht en hoorde ik een stem die niet van mijn begeleider was, zeggen: Nu is het moment. Ik deed mijn ogen open, maar ik zag behalve mijn begeleider niemand in de kamer. Toen ik mijn ogen weer dichtdeed, hoorde ik: Je hebt het Me gevraagd; Ik geef het je nu. Ik barstte in tranen uit. Ik ging naar mijn kamer en heb daar aan God gevraagd of Hij echt gesproken had.
Vertrouwen
Chalton is inmiddels bijna drie jaar vrij van drank en drugs. Toch houdt hij zichzelf streng in de gaten. Ik evalueer mezelf iedere dag. Ik maak afspraken met mezelf en houd een dagboek bij om te zien of ik ze nakom. Ik werk bij De Hoop Metaal, maar ben op zoek naar een vaste baan. Dat is moeilijk: ik solliciteer veel en word steeds teleurgesteld. Maar mijn vertrouwen op God is groot. Ik blijf geduldig. Ik bid en herinner Hem aan zijn beloftes. Zonder Hem kan ik niet meer leven.
Bron: De Hoop GGZ Dordrecht | www.dehoop.org
Het plaatsvervangend hoofd van de Koptisch Katholieke Kerk in Egypte heeft in een open brief aan de nieuwe president, alle hoop uitgesproken in de vorming van een verenigde, democratische en tolerante natie. In zijn boodschap aan de gekozen president Mohammed Morsi van de Moslimbroederschap, uitte Mgr. Kyrillos William, administrator van het Koptisch Katholieke Patriarchaat in Alexandrië, zijn vertrouwen dat de Islamitische leider met alle geledingen van de maatschappij wil samenwerken voor het algemeen belang.
Mgr. William, die waarneemt voor de verleden jaar door een beroerte getroffen kardinaal patriarch Antonios Naguib, geeft in zijn brief uiting aan de hoop op een wedergeboorte van het land waarin veiligheid, vrede en sociale gerechtigheid worden gewaarborgd. Namens de Koptisch Katholieke Kerk, die in Egypte 250.000 gelovigen telt, schrijft Mgr. William aan de gekozen president Morsi: Wij hebben er vertrouwen in dat u zich, met de hulp van de Almachtige en met uw wijsheid, zult kunnen inzetten voor de belangen van het land en zijn bevolking. In de brief, waarvan het patriarchaat een kopie aan Kerk in Nood zond, wijst Mgr. William in het bijzonder op passages uit de toespraak die de gekozen president Morsi na zijn verkiezingsoverwinning op zondag (24 juni) hield. Hij onderstreept hierbij zijn duidelijke bereidheid met geschikte mensen en leiders van alle groepen en sectoren samen te werken. In de woorden van de bisschop: We bidden dat de Heer u succes verleent bij het zoeken naar de vorming van een moderne, democratische, civiele staat, een staat die de rechten en vrijheden van allen respecteert en veiligheid, vrede en sociale gerechtigheid waarborgt. Aan het slot van zijn boodschap wendde hij zich tot het gehele Egyptische volk en riep hij alle geledingen van de maatschappij op om zich met elkaar te verzoenen, de handen ineen te slaan en samen aan een nieuw land te bouwen.
De bisschop, die tot de ziekte van patriarch Naguib, bisschop van Assiut in Boven-Egypte was, schrijft: We wensen dat de Egyptenaren hun verschillen vergeten… van harte samenwerken in het belang van het land… want Egypte heeft de inspanningen, ervaring, gedachtegoed en kracht van al zijn kinderen nodig om deze wedergeboorte tot stand te brengen.
De uitspraken van Mgr. William sluiten aan bij wat zijn mede Koptisch Katholieke bisschop, Joannes Zakaria van Luxor, een dag eerder naar voren bracht in reactie op de geruststellende woorden in de toespraak van Morsi na zijn verkiezingsoverwinning, in het bijzonder zijn opmerkingen over samenwerking met Christenen en andere minderheden.
Kerkleiders hebben zich in het verleden verontrust getoond over de opkomst van Morsi’s Moslim Broederschap, die tijdens het bewind van de voormalige president Hosni Moebarak onderdrukt werd en die veelvuldig is gekarakteriseerd als militant, onverdraagzaam en Islamitisch.
In een interview met Kerk in Nood vorige maand, zei Mgr. Antonios Mina van Guizeh (Giza) dat de uitslag van de presidentsverkiezingen onzeker zou blijven en sprak hij twijfel uit over de Moslimbroederschap. Letterlijk zei hij: De Moslimbroeders zeggen de ene dag het een en doen de volgende dag iets anders. Zij houden zich niet aan beloften dat is het probleem.
Bron: Kerk in Nood s Hertogenbosch | www.kerkinnood.nl
Benjamin Zandvliet uit Wageningen is benoemd tot directeur van Stichting Antwoord te Andijk. Benjamin (27) heeft ruime commerciële ervaring bij organisaties, zowel regionaal, nationaal als op Europees niveau. Hij was ondermeer sales consultant bij diverse commercieel ingestelde bedrijven. In recent verleden was hij werkzaam als Rayonmanager bij het kennis- en adviescentrum voor de Nederlandse Bakkerij (NBC) te Wageningen.
Benjamin Zandvliet: Ik kijk ernaar uit om aan de slag te gaan bij deze ambitieuze stichting die al veel heeft bereikt om ervoor te zorgen dat het evangelie zich daadkrachtig heeft kunnen verspreiden over de hele wereld. Het is een voorrecht om bij een stichting als Antwoord aan het werk te gaan en de Heer op deze manier te mogen dienen. De tijd is rijp om het bewustzijn en draagvlak nu verder uit te bouwen Het is prachtig om deze uitdaging samen met de vele partners van de stichting aan te gaan.
Dirk-Jan Otte, secretaris Stichting Antwoord: We gaan met Benjamin aan een nieuwe periode beginnen waarbij meer dan ooit tevoren we een beroep willen doen op actieve en bewogen medegelovigen. De woorden van Mattheus 28:19 zijn nog steeds actueel. Wij mogen uit gaan om het goede nieuws te vertellen! Helpt u mee?
Werkgroepen
Per heden zoekt Stichting Antwoord ook 8 ambassadeurs die zich vrijwillig voor gemiddeld 8 uur per week willen inzetten. Deze ambassadeurs zullen regionaal actief zijn voor Stichting Antwoord en leiding geven aan de te vormen werkgroepen. De ambassadeur en bijbehorende werkgroep worden ingezet om Stichting Antwoord te ondersteunen met fondswerving, acties en het genereren van naamsbekendheid. Stichting Antwoord onderschrijft dat de inzet vele vrijwilligers uitermate belangrijk zijn om de projecten te kunnen blijven steunen.
Over Stichting Antwoord
Stichting Antwoord is, sinds 1973, een interkerkelijke zendingsorganisatie die wil investeren in de lokale kerken. We verlangen er naar dat deze kerken een krachtig getuigenis kunnen zijn in hun eigen omgeving. Ons doel is dat de wereldwijde gemeente van Jezus Christus zal groeien en bloeien en dat het Evangelie verspreidt word over de hele wereld. Wij zijn een stichting die kerken in landen in Afrika, Oost-Europa en in het Midden-Oosten ondersteunt met het verspreiden van het evangelie en die ze te helpt in met hun activiteiten als kerk.
Tot het bestuur behoren Dirk-Jan Groot (voorzitter), Dirk-Jan Otte (secretaris), Tonneke Bijker (algemeen bestuuslid) en Arendje Menkveld (algemeen bestuurslid).
Bron: Stichting Antwoord Andijk | www.antwoord.org
De ETF start in het nieuwe academiejaar 2012-2013 met een deeltijdse bacheloropleiding in de theologie. De opleiding richt zich met name op mensen die al een andere opleiding in het hoger onderwijs hebben gevolgd en alsnog theologie willen studeren.
Rector prof. dr. Patrick Nullens neemt de trend waar, dat steeds meer theologiestudenten de studie pas als tweede studie kiezen. Uit het contact met het werkveld horen we dat dit een heel belangrijke groep is, die op vele plaatsen de posities van de babyboomgeneratie zal moeten overnemen. Als ETF willen we graag ons steentje bijdragen aan het opleiden van deze groep studenten. Uit onze contacten is gebleken dat in Nederland deze groep behoorlijk onder druk komt te staan, door het sluiten van faculteiten en door de dreiging van langstudeerboetes en verhoogde studiegelden. Met het door ons geformuleerde aanbod houden we daar rekening mee en kunnen studenten tegen een beperkte kostprijs een erkende opleiding volgen, aldus Nullens.
De studenten komen (afhankelijk van het studietempo) zes tot tien keer per jaar op een vrijdag in Leuven voor onderwijsactiviteiten. Studenten die van verder komen bieden we de gelegenheid te overnachten op de campus. De rest van de tijd bestudeert de student zelfstandig de literatuur en maakt gebruik van de online leerplatform (de ETF virtual campus). De ETF biedt deze vorm van ‘blended learning’ al langer aan in haar masterprogramma via de ETF Open University.
De nieuwe deeltijdse opleiding is een bijzondere vorm van de huidige studierichting Bijbel en Theologie van de ETF, waar een grote nadruk is op de Bijbeltalen en een klassiek theologische benadering. Deze bacheloropleiding aan de ETF is door de NVAO geaccrediteerd en sluit onder meer goed aan op de masteropleiding van de PThU en de masteropleiding van de baptisten aan de VU.
Bron: Evangelische Theologische Faculteit (ETF), Leuven Belgie | www.etf.edu
De directies van de Evangelische Alliantie (EA) en de Evangelische Zendingsalliantie (EZA) zijn, in opdracht van beide besturen, sinds april 2012 met elkaar in gesprek om te verkennen of het op dit moment mogelijk, wenselijk en haalbaar is om beide organisaties samen te voegen. Zij hebben hun besturen in de vergadering van 18 juni een plan voorgelegd om hier concreet vervolg aan te geven. Beide besturen zien dat de randvoorwaarden voor een fusie tussen beide koepelorganisaties uitermate gunstig zijn en hebben hun goedkeuring gegeven aan het plan om de haalbaarheid verder te onderzoeken.
De steeds nauwere samenwerking, de duidelijke missionaire doelstelling van het beleid van de EA en het feit dat Europa ook steeds meer een zendingsgebied wordt, maken een mogelijk samengaan vanzelfsprekender en wenselijker dan ooit.
Jan Wessels, directeur EA,: Mede door de secularisatie ziet de Kerk in Nederland zich genoodzaakt zich opnieuw te bezinnen op haar (missionaire) identiteit: hoe kan zij getuige zijn van Jezus Christus in een multiculturele, geseculariseerde en geglobaliseerde samenleving. Een samenleving die met de secularisatie ook zendingsgebied is geworden. De Kerk in het Zuiden en Oosten daarentegen groeit nog dagelijks en stuurt haar zendelingen ook naar Europa.
Adri Veldwijk, directeur EZA, vult aan: Beide organisaties hebben het verlangen om tot één organisatie te komen om de Kerk in de volle breedte te ondersteunen in haar missionaire roeping in binnen- en buitenland. We zien dat beide organisaties elkaar aanvullen. De goede samenwerking van de afgelopen jaren heeft het mogelijk gemaakt om meer te betekenen voor de kerken en de organisaties die wij vertegenwoordigen. Graag willen wij hier verder in groeien.
Beide organisaties zullen komende tijd ook met hun deelnemers in gesprek gaan om hen bij dit proces te betrekken. Het is de wens dat eind 2012 duidelijk is welke vorm van samenwerking mogelijk is.
De Evangelische Alliantie is een missionaire netwerkorganisatie waar ruim 120 organisaties, 6 kerkgenootschappen en enkele honderden gemeenten en persoonlijke deelnemers aan deelnemen. Deze deelnemers werken binnen de EA samen met het uiteindelijke doel om het evangelie hoorbaar en zichtbaar te maken. De missie van de EA luidt: Kerken helpen hun missionaire identiteit en roeping in de Nederlandse context te verstaan en te volgen.
De EZA is in 1973 ontstaan rond de Wereldwijde Zendingsdagen met de wens om een aantal activiteiten gemeenschappelijk te organiseren. De EZA is een werkgemeenschap, van meer dan 120 missionaire gemeenten en organisaties die samen meer dan 1.500 werkers vertegenwoordigen. De missie van de EZA is God te verheerlijken door in samenwerking invulling te geven aan de zendingsopdracht.
Bron: Evangelische Alliantie (EA), Driebergen | www.ea.nl | http://eza.nl/home
Opleidingen moeten goede doelen sector verder professionaliseren
De kwaliteit van het bestuur van goede doelen organisaties heeft grote invloed op het vertrouwen van donateurs. Dat blijkt uit het onderzoek Vertrouwen in fondsen en de sector filantropie dat staatssecretaris Fred Teeven dinsdag 26 juni in ontvangst neemt. Om de kwaliteit van de goede doelen sector verder te professionaliseren moet er daarom meer aandacht komen voor opleidingen filantropie. De werkgroep Filantropische Studies van de Vrije Universiteit Amsterdam pleit daarvoor samen met de Stichting KSBW en Geven in Nederland. Gedrieën hebben zij een aantal opleidingen voor filantropie opgezet aan de VU.
Vertrouwen van donateurs herwinnen essentieel
Nederlanders hebben de laatste jaren steeds minder vertrouwen in goede doelen, blijkt uit het onderzoek van de VU en het Nederlands Donateurspanel. Dat is zorgwekkend, vindt VU-hoogleraar filantropie Theo Schuyt: Door stevige overheidsbezuinigingen zal een groter beroep worden gedaan op donateurs, maar zij maken in economisch onzekere tijden opnieuw een afweging waar ze hun geld aan uitgeven. Daarom is het herwinnen van het donateursdvertrouwen de komende jaren essentieel voor de goede doelen sector.
Opleidingen basis voor betrouwbare en professionele sector
De kwaliteit van het bestuur van goede doelen heeft de grootste invloed op het vertrouwen van donateurs. Donateurs eisen dat goede doelen zich verantwoorden over hun doelmatigheid, bestedingen, impact, salarissen en werkwijze. Kunnen de bestedingen beter en effectiever, is het vermogensbeheer op orde, zijn de bestuursleden competent? Opleidingen vormen de basis van een betrouwbare en professionele goede doelen sector, aldus Schuyt. Wij willen dat de komende jaren samen met de filantropiesector en de overheid verder uitbouwen.
Wetenschappelijke onderbouwing schept vertrouwen
Om goede doelen verder te professionaliseren is volgens Schuyt kennis uit de wetenschap nodig. Door universiteiten onderzoek te laten doen kunnen goede doelen hun verhaal wetenschappelijk onderbouwen, zegt Schuyt. Daarmee kunnen ze aantonen op welke manier ze het geld van donateurs het beste besteden. Eenduidige en helder communicatie daarover naar de maatschappij heeft een sterk legitimerend effect, waardoor het vertrouwen zal toenemen.
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam | www.vu.nl
Come2Worship – Kom zoals je bent! Voor alweer de 6e keer organiseert Elisa Krijgsman dit jaar het Come2Worship weekend. Samen met andere deelnemers gaat het een weekend lang om aanbidding: bij God komen zoals je bent.
De conferentie wordt gehouden van 28 – 30 september 2012, op vakantiepark en conferentiecentrum “de Betteld” in Zelhem.
Het Come2Worship weekend is voor deelnemers van alle kerkelijke achtergronden dé gelegenheid om op adem te komen in Gods aanwezigheid. “We verlangen ernaar, dat mensen door de muziek, zingen en dans, een fantastische ervaring met God hebben”, aldus Elisa Krijgsman. De aanbiddingsconcerten, de 24-uurs aanbidding met medewerking van aanbiddingsleiders uit het hele land, de sfeer van Conferentie centrum de Betteld, de seminar en workshops, alles draagt bij aan deze doelstelling.
Bron: De Betteld | www.betteld.nl | Meer nieuws | Facebook | Hyves | LinkedIn | Twitter | YouTube | Programmaoverzicht
Nooit eerder was er onderzoek gedaan naar de slaveneigenaren die in Nederland woonden ten tijde van de afschaffing van de slavernij in 1863. Docent geschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam Dienke Hondius heeft samen met haar studenten en onderzoekers van het Nationaal Archief en het Stadsarchief Amsterdam het initiatief genomen dit wèl te doen. Veel slaveneigenaren woonden niet op dezelfde plek als hun slaven in Suriname en de Antillen, maar lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers. Die afwezige eigenaren vormen een heel interessante groep: zij brengen de slavernijgeschiedenis, meestal gezien als iets dat ver weg en lang geleden heeft plaatsgevonden, terug in het hart van de Europese steden. Het onderzoeksteam onder leiding van Dienke Hondius geeft inzicht in de Amsterdamse connecties met de slavernij door middel van een kaart, die zij op basis van hun onderzoek ontwikkelden.
Presentatie eerste kaart slaveneigenaren
Dins0dag 26 juni presenteren de studenten de eerste kaart en overhandigen deze aan prominente spelers op het gebied van slavernijverleden, Amsterdamse historie en erfenis:
Na de presentatie en officiële overhandiging is de kaart voor iedereen beschikbaar. De lancering van deze kaart vindt plaats in het Stadsarchief Amsterdam, Vijzelstraat 32, Amsterdam op de tweede verdieping om 10:15 uur.
Slaveneigenaar op afstand
Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 kregen de eigenaren van slaven in Suriname en de Antillen een financiële vergoeding. De slaven kregen niets; hun vrijheid liet nog tien jaar op zich wachten, waarin ze onder staatstoezicht moesten werken. De meeste eigenaren woonden in Paramaribo of de Antillen, sommigen woonden in Nederland en lieten hun zaken regelen door vertegenwoordigers: de meesten van hen hebben nooit een voet in Suriname of de Antillen gezet. Bij hen lag een belangrijk deel van het initiatief en de besluitvorming over investeringen: in plantages, scheepsbouw, verzekeringen en scheepsbevoorrading, beveiliging en geestelijke verzorging. Allerlei economische en andere sectoren in de stad zijn direct of indirect betrokken geweest bij deze geschiedenis. Nieuw lopend onderzoek naar slaveneigenaren in Londen en op andere plekken in Groot-Brittannië vormt de directe inspiratie voor het Nederlands onderzoek waarvan deze kaart het eerste resultaat is.
Minder slaveneigenaren dan in zeventiende en achttiende eeuw
Voor Nederlandse families en firma’s werd het vanaf het begin van de negentiende eeuw duidelijk dat er aan de slavenhandel en slavernij eens een einde zou komen; de discussies in Frankrijk en Engeland bereikten ook Nederland. Er waren dan ook nogal wat handelaren en eigenaren die hun aandelen, belangen en slaven hadden verkocht of opgegeven in de periode voorafgaand aan het einde van de slavernij. In de zeventiende en de achttiende eeuw ziet de kaart van relevante locaties voor het Amsterdamse slavernijverleden er anders uit: veel drukker bezet vanwege de grotere economische activiteit en de grotere betrokkenheid van Amsterdamse families en firma’s. De onderzoekers willen deze ontwikkelingen in meerdere kaarten zichtbaar maken. Zij hopen dat de huidige gebruikers, eigenaars of passanten van deze adressen hieraan willen meewerken door hun kennis te delen over de vorige bewoners. Zo kan een completer en complexer beeld tot stand komen van het tot nu toe nog zo weinig zichtbare Amsterdamse slavernijverleden.
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam | www.vu.nl
Tarieven te hoog, te weinig flexibiliteit in deelbehandelingen, wel kwaliteitsontwikkeling. Minister Edith Schippers (VWS) is niet tevreden over het verloop van het experiment vrije prijsvorming mondzorg.
De prijsstijging die tandartsen hebben doorgevoerd over de eerste 3 maanden van het experiment is te hoog. Ook blijken patiënten niet of nauwelijks bij andere tandartsen terecht te kunnen voor deelbehandelingen. Schippers heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dan ook opgedragen voorbereidingen te treffen om het experiment voortijdig te kunnen stopzetten. Wanneer eind dit jaar zou blijken dat de prijzen niet tot een acceptabel niveau zijn gedaald en ook op andere terreinen geen verbeteringen zijn geboekt, zal Schippers het experiment beëindigen. Positief is dat tandartsen in de experimentperiode een flinke impuls hebben gegeven aan kwaliteitsontwikkeling.
Op aandringen van de sector heeft Schippers vorig jaar besloten over te gaan tot een experiment vrije prijzen in de mondzorg. De aanname was dat het loslaten van maximumtarieven positieve effecten zou hebben op de keuzevrijheid van de patiënt en tot meer kwaliteit en betere serviceverlening zou leiden.
Het experiment is in januari begonnen en duurt in principe 3 jaar. In opdracht van Schippers voert de NZa een scan uit om de ontwikkelingen van het experiment te monitoren. Aanvankelijk gaven quickscans de indruk dat de prijsontwikkeling redelijk rustig was. Maar uit het eerste grotere onderzoek van de NZa blijkt dat de prijzen in het eerste kwartaal met 6,1% zijn gestegen (zonder inflatiecorrectie: 9,6%). Schippers vindt dit gelet op de financieel-economische situatie en de portemonnee van de burger te hoog. Bovendien blijkt dat na invoering van de vrije prijsvorming in de eerste drie maanden minder contracten met zorgaanbieders zijn gesloten dan in vorige jaren.
Overstapgedrag is een belangrijke indicator voor een gezond functionerend systeem van vraag en aanbod. De NZa concludeert dat het overstapgedrag tot nu toe beperkt is: 2-6%. Schippers wijst in dit verband ook op bevindingen van de Consumentenbond waaruit blijkt dat patiënten niet of nauwelijks bij tandartsen terecht kunnen voor deelbehandelingen. Bijvoorbeeld het om financiële redenen bij een andere tandarts laten plaatsen van een kroon blijkt niet eenvoudig te zijn. Schippers complimenteert de sector wel met het feit dat door het experiment er een flinke impuls is gegeven aan de kwaliteitsontwikkeling binnen de mondzorg.
Het onderzoek van de NZa betreft de ontwikkelingen in de eerste 3 maanden van dit jaar. Nu het experiment stopzetten, zou onzorgvuldig zijn gelet op de nog korte looptijd ervan. Eind dit jaar komt er een nieuwe scan van de NZa, die dieper en aan de hand van meer gegevens ingaat op de actuele ontwikkelingen. Als dan – en ook uit andere onderzoeken – zou blijken dat het beeld niet gunstiger is, wordt het experiment stopgezet. Schippers treedt in overleg met de NZa om de doorlooptijd van het volgende onderzoek korter te laten zijn, zodat de gegevens dan zo actueel mogelijk zijn.
Bron: Rijksoverheid | www.rijksoverheid.nl
Bisschoppen doen een beroep op de gelovigen om hun kalmte te bewaren Hulp van Moslims gevraagd om in de terroristische groepen te infiltreren. Regering wordt beschuldigd van zwak optreden tegen het geweld.
Ondanks schrik en woede moeten de Christenen in Nigeria geen gehoor geven aan de steeds luider wordende oproepen om gewelddadige vergeldingsacties uit te voeren tegen de extremisten die bomaanslagen op hun kerken plegen, zo lieten enkele Katholieke bisschoppen weten. In een gesprek met Kerk in Nood, gaven aartsbisschop John Onaiyekan vanuit de hoofdstad Abuja en bischop Martin Igwe Uzoukwu uit het nabijgelegen Minna, scherpe kritiek op de regering, die veel doortastender moet optreden om aan het geweld een einde te maken. Aartsbisschop Onaiyekan ging nog een stap verder met de aanbeveling dat de regering een beroep op Moslims moet doen om in de terroristische benden te infiltreren.
De uitspraken van de bisschoppen volgden op uitspraken deze week van het hoofd van de veiligheidsdienst waarin deze waarschuwde voor een nieuwe golf zelfmoordaanslagen naar het voorbeeld van de aanslagen van zondag 17 juni op drie kerken in de deelstaat Kaduna waarbij meer dan 30 mensen om het leven kwamen. De aanslag op de Shalomkerk van de Pinkstergemeente in de stad Kaduna, gelegen in een spanningsveld op de grens tussen Noord- en Zuid-Nigeria, leidde tot een wraakactie van Christenen waarbij 11 Moslims om het leven kwamen en twee moskeeën zijn aangevallen, waarvan er een tot de grond afbrandde.
In een reactie op de wraakacties van 21 juni zei aartsbisschop John Onaiyekan dat het geduld van de Christengemeenschappen over het aanhoudend geweld op begint te raken: Het wordt steeds moeilijker vrede te prediken en tot kalmte op te roepen. Het is veel gemakkelijker de oorlogstrom te roeren. Steeds meer mensen zeggen dat als we ons niet verdedigen, zij ons zullen blijven aanvallen. Maar dit is een verontrustende houding en geen praktische oplossing voor het probleem. De Moslims die in Kaduna om het leven werden gebracht, waren afkomstig van een Moslimenclave en hen trof geen blaam. Evenals Mgr. Igwe, haalde hij passages uit het Evangelie aan waarin Christus zich keert tegen geweld. Mgr. Igwe voegde hieraan toe: Ik blijf mijn mensen tot kalmte oproepen. We moeten kwaad niet met kwaad vergelden.
De uitspraken van de bisschoppen volgen op de algemene audiëntie van paus Benedictus XVI op 20 juni in Rome waarin hij zei: Het is mijn hoop dat de verschillende geledingen van de Nigeriaanse maatschappij zullen samenwerken om niet de neerwaartse spiraal van wraak in te slaan.
Volgens Mgr. Onaiyekan zijn de veiligheidsproblemen vooral een gevolg van gebrek aan inlichtingen over de terroristische groeperingen. Hij voegde hieraan toe dat hij een beroep op Moslimgemeenschappen had gedaan hulp te bieden bij het infiltreren in de terroristische groeperingen en het uitschakelen van hun leiders. Hij voegde hieraan toe: Wat ontbreekt, is adequate informatievoorziening om deze groeperingen binnen te dringen, hun leiders te identificeren en deze onschadelijk te maken zodat hun systeem van geweld instort. Onze regering dient de Moslimgroepen in te schakelen om het op te nemen tegen degenen die verantwoordelijk zijn. Tevens zei hij: Ja, het is juist dat volgens de Moslimgemeenschap deze terroristen geen Moslims zijn, maar aangezien de terroristen beweren in naam van de Islam te handelen, hebben Moslims een eigen verantwoordelijkheid om tegenover hen stelling te nemen. De Moslimgemeenschap zou aan haar verantwoordelijkheid verzaken als zij niet eensgezind zou optreden, aangezien zij allen tot het Huis van Islam behoren.
Artsbisschop Onaiyekan kritiseerde het gebrekkig optreden van de regering tegenover het geweld: Onze regering is zwak en niet in staat het probleem krachtdadig aan te pakken en haar bevolking te beschermen. Ook al erkennen we dat de regering maatregelen treft, wat zij doet, is bij lange na niet genoeg. Zij schiet tekort op het gebied van onderwijs, veiligheid en de bestrijding van corruptie. Als we een betere regering hadden, zouden deze problemen zich gewoon niet voordoen.
Mgr. Igwe deed een beroep op Christenen over de gehele wereld om er bij hun regeringen op aan te dringen druk uit te oefenen op de regering van president Jonathan om een einde aan het geweld te maken: Niet alleen in Nigeria maar ook elders moeten Christenen zich openlijk uitspreken. Zwijgen komt neer op toelaten van het geweld. Als zij duidelijk willen maken dat zij dit niet aanvaarden, moeten zij voor hun mening uitkomen. In een impliciete kritiek op de manier waarop de regering de crisis aanpakt, zei Mgr. Igwe: Als we voor Christus moeten sterven, zullen we voor Christus sterven, maar waarom wordt ons deze keuze opgedrongen?
Beide kerkleiders gaven aan dat het geweld in de meeste gevallen het geloof van de christelijke gemeenschap versterkt. Aartsbisschop Onaiyekan zei hiervan: Veel mensen die we niet in de kerk zagen, komen nu wel. Er wordt veel gebeden en ook veel nagedacht. Mgr. Igwe voegde hieraan toe: Er wordt gezegd dat als de aanslagen voortgaan, en vooral in het noorden, Christenen naar andere gebieden in het land zullen trekken, maar Nigeria is van ons allen. Christenen moeten blijven waar zij zijn. Wat zij nodig hebben, is adequate beveiliging.
Klik hier en hier voor de foto's van de bisschoppen John Onaiyekan van Abuja en Martin Igwe van Minna in hoge resolutie.
Volg Peter van Hoof op Twitter: @hoofp en Facebook: hoofp. Volg Kerk in Nood op Twitter: @kerkinnood en op de Facebook Kerk in Nood Fanclub.
Bron: Kerk in Nood s Hertogenbosch | www.kerkinnood.nl