Maandag werd tijdens de trainingsdag en INNOV8 ontmoeting van de JongerenWerkersOpleiding van De Wittenberg in Zeist de aftrap gegeven voor de campagne We love our youth worker. Hiermee wil de Evangelische Alliantie (EA) kerken handvatten bieden voor goed werkgeverschap voor hun jeugdwerker.
De noodzaak hiervoor bleek uit een onderzoek in 2010 (in opdracht van de werkgroep Jeugd van de EA) waaruit naar voren kwam dat weliswaar steeds meer kerken en gemeenten een jeugdwerker in dienst hebben, maar dat veel van hen maar kort in dienst blijven. Heel regelmatig komt dit door praktische belemmeringen maar ook inhoudelijke zaken kunnen een aanleiding vormen. Binnen het INNOV8-netwerk voor profs in christelijk jeugdwerk komt dit thema regelmatig aan de orde.
Zeven beloften
De basis van de campagne is een brochure die zeven beloften bevat van de kerk aan de jeugdwerker op het gebied van werkstructuur, professionaliteit, geestelijk leven, werkgeverschap, scholing en training, vrije tijd en waardering. Deze thema’s helpen de leidinggevende van de jeugdwerker om alle facetten goed te doordenken. De brochure bevat ook zeven beloften van de jeugdwerker aan zijn/haar leidinggevende.
De tekst van de brochure is geschreven door Henrike de Gier (jeugwerker CGK-Bethelkerk Veenendaal, docent JongerenWerkersOpleiding De Wittenberg) en Andre Maliepaard (jeugdwerker NGK-Ede en teamleider NGJ).
Op 15 juni 2013 volgt er een studiemiddag voor zowel de jeugdwerker als de leidinggevende. Tijdens deze middag investeren zij in de onderlinge werkrelatie en gaan ze aan de slag met een werkplan.
Vanaf de zomer 2013 kunnen kerken/gemeenten laten weten dat ze meedoen met de campagne ‘We love our youth worker’. Een kerk belooft dan officieel dat ze het komende seizoen aan minimaal twee van de zeven beloften gaat werken en geeft ook aan hoe ze dat gaat doen.
Het ontstaan van de campagne
Het idee voor de campagne We love our Youth Worker ontstond in 2007 onder jeugdwerkers in Engeland. De lancering in 2009 was direct een enorm succes. In de zomer van 2011 startte de campagne in de Verenigde Staten en snel erna volgde Canada.
In 2010 kwam jeugdwerker Henrike de Gier via internet met de campagne in aanraking. Als projectteamlid van INNOV8, het netwerk van profs in christelijk jeugdwerk, bracht zij het idee in om een Nederlandse versie te maken. Na toestemming van Chris Curtis, de man achter We love our Youth Worker, is dat nu gerealiseerd. De droom van de initiatiefnemers is dat alle kerken wereldwijd, ook degene die hun jeugdwerkers al goed steunen, zich geholpen voelen door de campagne.
Bron: Evangelische Alliantie (EA), Driebergen | www.ea.nl
Zingen, dansen, rappen, presenteren en acteren: de kinderen van groep 5, 6, 7 en 8 weten altijd vol vuur de boodschap van kinderrechten over te brengen, aldus een enthousiaste Leonie van den Berg over het scholenproject WorldVision@School. Leonie bedacht en schreef liedjes voor dit kant-en-klare zang- en dansprogramma waarmee de kinderen en het publiek een onvergetelijke avond beleven. WorldVison@School ook op de school van uw kind? Vraag het gratis informatiepakket aan.
Bron: World Vision Nederland Amersfoort | www.worldvision.nl
Laat uw hart spreken, maak uw Valentijn extra blij met een geit voor een gezin in Ethiopië, schoolspullen voor een weeskind in Zimbabwe, of een toilet voor een dorp in Bangladesh. Bekijk de Wereldcadeaus.
Bron: World Vision Nederland Amersfoort | www.worldvision.nl
Zingen, dansen, rappen, presenteren en acteren: de kinderen van groep 5, 6, 7 en 8 weten altijd vol vuur de boodschap van kinderrechten over te brengen, aldus een enthousiaste Leonie van den Berg over het scholenproject WorldVision@School. Leonie bedacht en schreef liedjes voor dit kant-en-klare zang- en dansprogramma waarmee de kinderen en het publiek een onvergetelijke avond beleven. WorldVison@School ook op de school van uw kind? Vraag het gratis informatiepakket aan.
Bron: World Vision Nederland Amersfoort | www.worldvision.nl
Laat uw hart spreken, maak uw Valentijn extra blij met een geit voor een gezin in Ethiopië, schoolspullen voor een weeskind in Zimbabwe, of een toilet voor een dorp in Bangladesh. Bekijk de Wereldcadeaus.
Bron: World Vision Nederland Amersfoort | www.worldvision.nl
De snickers, broodjes pindakaas en bloemkool zijn voor 24 uur verboden terrein. In de komende vastentijd voor Pasen gaan duizenden jongeren de uitdaging van Zip your Lip aan: 24 uur niet eten! Ons doel? Bewustwording én geld ophalen voor de jongeren in Zuid-Soedan. Doe jij ook mee?
Bron: World Vision Nederland Amersfoort | www.worldvision.nl
Vandaag publiceerde Nu.nl een bericht dat in Nederland 30.000 meisjes en vrouwen wonen die besneden zijn. Deze vrouwen zijn vooral afkomstig uit Egypte en Somalië. 98% van de Somalische meisjes en 91% van de Egyptische meisjes wordt nog steeds besneden, hoewel sinds 2007 het besnijden van meisjes in Egypte bij wet verboden is.
Sinds 1998 heeft de organisatie Arab Vision, werkzaam in de Arabische wereld, diverse TV documentaires geproduceerd om het gesprek over deze afschuwelijke praktijk te voeren, met name op de grond in de talloze dorpen op het platteland waar lokale organisaties werkzaam zijn om vrouwenbesnijdenis te helpen uitbannen.
In één van Arab Vision zijn programma komt Basma uit Minia (Midden-Egypte) aan het woord: De pijn die ik ervoer toen die oude vrouw mijn clitoris afsneed, is niet te beschrijven. Ik werd door mijn moeder en mijn tante stevig op de vloer vastgehouden zodat ik niet kon bewegen. Ik kreeg geen verdoving. Die oude vrouw sneed veel te diep dus ik had drie maanden last van bloedingen. Ik was toen 11 jaar oud...
Op 3 februari jl. wees de Hoge Raad in Egypte in hoger beroep een verzoek van islamisten om de praktijk van vrouwenbesnijdenis niet langer strafbaar te stellen, af. Het is tekenend dat groepen islamisten in dat land de legalisering van vrouwenbesnijdenis belangrijk genoeg vinden om er rechtszaken over aan te spannen.
Arab Vision: We zijn blij dat we in 2009 een aantal documentaires konden produceren waarin drie dorpsgemeenschappen in Midden-Egypte werden geportretteerd, die als gehele gemeenschap hadden besloten vrouwenbesnijdenis te stoppen. We hebben met onze TV programma's hieraan een steentje mogen bijdragen. Toch is Arab Vision vandaag alweer bezig met een nieuwe campagne, in samenwerking met lokale organisaties en financieel ondersteund door enkele Nederlandse partners.
Zero Tolerance? Ja! De strijd tegen vrouwenbesnijdenis moet doorgaan en een paar druppels op een gloeiende plaat kunnen werken als een olievlek op het water, aldus de organisatie.
Bron: Arab Vision, Groningen | www.arabvision.nl
De huidige aanpak van meisjesbesnijdenis met goede, gerichte voorlichting en de dreiging van zware straffen heeft effect. Dat blijkt uit onderzoek van Pharos in opdracht van het ministerie van VWS. Staatssecretaris Martin van Rijn stelt dat de aanpak verder wordt verstevigd. Er komt betere zorg en voorlichting voor vrouwen die er ooit slachtoffer van zijn geworden. Het strafrecht wordt uitgebreid op dit punt.
Uit het onderzoek van Pharos blijkt dat in ons land zo’n 30.000 vrouwen wonen die ooit slachtoffer geworden zijn van besnijdenis, voor het overgrote deel gebeurde dat voordat zij naar Nederland kwamen vanuit landen als Somalië en Egypte. Jaarlijks lopen zo’n 40 tot 50 meisjes het risico om besneden te worden bij familiebezoek in het buitenland. De onderzoekers kunnen geen concrete aanwijzingen vinden voor gevallen van meisjesbesnijdenis in Nederland. Het onderzoek concludeert dat de huidige combinatie van gerichte voorlichting, vooral via consultatiebureaus en schoolartsen, en de dreiging van zware sancties via het strafrecht en kinderbeschermingsmaatregelen effect hebben.
Waar mogelijk doorpakken
Staatssecretaris Van Rijn: “Het blijven confronterende cijfers maar het is hoopgevend dat het risico voor meisjes uit risicogroepen die hier langer wonen laag is. Waar mogelijk moeten we doorpakken in de strijd tegen meisjesbesnijdenis want elk geval is er één teveel.”
Betere zorg voor slachtoffers
Voor de 30.000 besneden vrouwen in Nederland worden op zes plaatsen speciale spreekuren opgezet door GGD Nederland. Daar kunnen zij terecht met vragen over de psychische en lichamelijke klachten – zoals terugkerende blaasontsteking - die vaak het gevolg zijn van besnijdenis. Ook wordt een campagne gesubsidieerd van de Federatie Somalische Associaties Nederland waarmee vrouwen worden geïnformeerd over de relatie tussen hun klachten en de besnijdenis. Deze campagne verwijst door naar de speciale spreekuren van GGD Nederland.
Strafrechtelijke aanpak uitgebreid
Het onderzoek toont aan dat de mogelijkheid van strafvervolging preventief werkt. De belangrijkste reden dat Nederlandse vrouwen uit risicolanden hun dochters niet (laten) besnijden is het wettelijke verbod en het risico dat de kinderen uit huis worden geplaatst. De gevangenisstraf voor het uitvoeren van meisjesbesnijdenis kan oplopen tot een maximum van 12 jaar. De strafrechtelijke aanpak van meisjesbesnijdenis wordt uitgebreid. Het ‘Wetsvoorstel tot verruiming van de mogelijkheden tot strafrechtelijke aanpak van huwelijksdwang, polygamie en vrouwelijke genitale verminking’ van de Minister van Veiligheid en Justitie dat op dit moment aanhangig is bij de Eerste Kamer maakt het straks mogelijk om in het buitenland gepleegde meisjesbesnijdenis, ongeacht de nationaliteit van de dader, ook in Nederland te vervolgen indien het slachtoffer ten tijde van het plegen daarvan de Nederlandse nationaliteit had of een vreemdeling is die haar vaste woon- of verblijfsplaats in Nederland had.
Aandacht voor risicogroep nieuwkomers
Uit het onderzoek blijkt dat waarschijnlijk alleen meisjes uit risicolanden die tussen 0 en 10 jaar nieuw in Nederland aankomen risico lopen om besneden te worden. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft naar aanleiding van het rapport laten weten te zullen onderzoeken of en op welke wijze de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) nog meer aandacht aan het onderwerp kunnen besteden in hun contacten met risicogroepen.
Bron: Rijksoverheid | www.rijksoverheid.nl
Stichting De Oude Wereld roept op tot eerlijke wetenschap. De stichting is het beu dat mensen doen alsof hun hypothese de waarheid is en de ander de mond snoeren. Op de nieuwe site www.fairscience.info vraagt de stichting te stemmen voor het burgerinitiatief Fair Science. De gedragscode voor openheid en eerlijkheid in wetenschap, publieksvoorlichting en onderwijs is hard nodig. Dat bleek in 2012 uit schoolboeken die achterhaalde hypotheses leren als feiten. Begin 2013 bleek het uit het zwartmaken van een proefschrift dat het durft een hypothese ter discussie te stellen, terwijl dit juist een taak van wetenschap is.
Stichting De Oude Wereld komt al een aantal jaren op voor het recht van kinderen op informatie en een eigen mening. Twee jaar geleden werd duidelijk dat de overheid nog meer dan voorheen de evolutiehypothese als enige verklaring voor de oorsprong van mens en heelal in de onderwijsprogramma’s wil hebben. Dat was voor de stichting het moment om het burgerinitiatief Fair Science te lanceren: een oproep om openheid en eerlijkheid over alle wetenschappelijke zienswijzen. Sinds een paar dagen is de nieuwe site www.fairscience.info online om het streven naar 40.000 stemmen kracht bij te zetten.
In 2012 onderzocht de stichting in hoeverre Fair Science van toepassing is op huidige biologieboeken. Het thema oorsprong bleek eenzijdig vanuit de optiek van evolutie aan bod te komen. Hypotheses werden als feiten geleerd, en argumenten bleken deels achterhaald. Leerlingen krijgen nog steeds les uit deze boeken. Fair Science pleit voor vrije beschikbaarheid van informatie over alle wetenschappelijke modellen.
Dit past bij de aard van wetenschap die blijft zoeken naar verbetering van modellen. Daarbij hoort een scheppingsmodel niet onvindbaar te zijn voor leerlingen. De stichting wil in de eerste helft van 2013 nieuwe schoolboeken, die vanaf schooljaar 2013-2014 door scholen zullen worden gebruikt, aan een onderzoek onderwerpen.
Dat Fair Science nodig is in het publieke debat blijkt uit de discussie van begin 2013 rond het proefschrift van Joris van Rossum over het ontstaan van geslachtelijke voortplanting. Sympathisanten van de evolutiehypothese vinden het ongepast dat in een proefschrift de vinger wordt gelegd bij een zwakke plek in de evolutietheorie. Het is echter de taak van wetenschap om zwakke plekken te benoemen, waarna men weet waaraan men kan werken.
Bron: Stichting De Oude Wereld | www.oude-wereld.nl | www.fairscience.info
In de zomer van 2008 was Ada de Jong met haar gezin op vakantie in het noorden van Italië. Tijdens de afdaling van de Mont Dolent verongelukten voor haar ogen haar man en hun drie kinderen. In de dagen, weken, maanden en jaren die volgden kampte Ada met de vraag: Hoe kun je verder met je leven als alles wat belangrijk voor je was, er niet meer is?
In haar zoektocht naar zingeving stuit ze op het boek van Christa Anbeek, Overlevingskunst. Ook Christa heeft meer geliefden verloren dan de meeste mensen van haar leeftijd. Christa en Ada besluiten op zoek te gaan naar antwoorden op grote levensvragen als: Wie ben jij als er geen ander meer is? Hoe stijg je boven je verdriet uit? En wat is verantwoordelijkheid als je ervan doordrongen bent hoe kwetsbaar het leven is?
In De berg van de ziel vormen de persoonlijke ervaringen van Christa en Ada de basis voor hun zoektocht. Ze schrijven openhartig, doordacht en toegankelijk over wat religie, filosofie en literatuur te bieden hebben als we geconfronteerd worden met een ongekend verlies.
Over Overlevingskunst: Wat dit boek uniek maakt is de existentiële inzet.
Christa Anbeek
schreef verschillende boeken over de zoektocht naar de diepere zin van leven en dood, waaronder het succesvolle Overlevingskunst; Leven met de dood van een dierbare (2010). www.overlevingskunst-anbeek.nl
Ada de Jong is zelfstandig ondernemer. Ze biedt haar diensten aan als onder meer manager, coach, trainer en verpleegkundige. www.adadejong.nl
Bron: Uitgeverij Ten Have Kampen | www.uitgeverijtenhave.nl